Tenzij dat iemand wederomgeboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet ingaan.

Johannes 3 : 3b


Zo op het eerste gezicht is het merkwaardig dat de Heere Jezus hier spreekt over de wedergeboorte. In dit derde hoofdstuk van het Johannes evangelie staan de zo bekende woorden: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.” We zouden dan verwachten dat de Heere Jezus eerst een beschouwing zou hebben gegeven over het geloof. Wat het geloof is en de noodzakelijkheid van het geloof. Toch doet Hij dat niet, maar Hij spreekt eerst over de wedergeboorte. Waarom? Omdat Hij weet dat in de orde van het heil de wedergeboorte aan het geloof vooraf gaat. De Heere schenkt in de wedergeboorte het geloof. Die twee zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Wij mogen die ook niet los maken. We mogen niet alleen spreken over de wedergeboorte als een daad bij God vandaan en waarop de mens moet wachten of het hem te beurt zal vallen en aan de andere over het geloof als een daad van de mens vandaan, die we maar hebben te doen. Bij alle beschouwingen over wedergeboorte en geloof gaat het toch om de vastheid van het zaligworden als een eenzijdig wonder bij God vandaan. Toch roept de Heere de mens tot bekering en geloof. We moeten wedergeboren worden. De Heere Jezus spreekt deze woorden tot Nicodémus, die des nachts tot Hem is gekomen. We gaan nu niet in op de geschiedenis zelf, maar op de noodzaak en het werk van de wedergeboorte. Dat een mens uit God geboren moet worden, begrijpt een mens niets van, ook Nicodémus niet. Als de Heere ons verstand niet verlicht door Zijn Heilige Geest, verstaan we het niet. Maar daar weet de Heere wel raad mee. Door de kracht van Zijn Woord en de bediening van Zijn Geest wederbaart Hij zondaren. Wekt hen op uit de dood tot het leven. Dat is de nieuwe geboorte, de levendmaking. Het begin van het nieuwe leven, de opstanding uit de doden. Het is het werk van de Heilige Geest ‘zonder ons, in ons’. De Heilige Geest legt de kiemen van het nieuwe leven in ons hart. Waaraan is dat te merken? Wat gebeurt er als een kind geboren wordt? Dat kind gaat schreien. Een teken van leven! Zo doet ook de wedergeborene. Hij gaat schreien naar God. Hij wordt vervuld met een droefheid naar God, omdat hij tegen God gezondigd heeft. Daar staan we niet mee op de hoeken van de straten om van de mensen gezien te worden, maar dat schreien bestaat in het hartelijk bewenen en belijden van onze zonden in de binnenkamer voor Gods aangezicht. Er is nog een kenmerk van de wedergeboorte. Een pasgeboren kind heeft behoefte aan de moedermelk. Zo krijgt de wedergeborene behoefte aan de melk van Gods Woord. Dat Woord wordt hen lief en dierbaar. Ook al hebben ze niets en vrezen ze onder het oordeel Gods te moeten omkomen, toch geeft dat Woord hen onderwijs. Ze krijgen het Woord lief: Uw Woord kan mij, ofschoon ik alles mis, door zijne smaak én hart én zinnen strelen. Het is door het Woord dat de wedergeborene wordt onderwezen in de weg der zaligheid. Door het Woord werkt de Heilige Geest in hun harten het uitzien naar een Borg en Zaligmaker. Door het Woord en door de Geest snijdt de Heere alles van de mens af en maakt Hij plaats voor de gezegende bloedbruidegom Jezus Christus. Door de melk van Gods Woord wassen ze op in de kennis en de genade van de Christus en krijgen ze vaste spijze om hun roeping en verkiezing vast te maken.
Zonder wedergeboorte zal niemand het Koninkrijk van God zien. Zonder wedergeboorte zal niemand zalig worden. Voorwaar, voorwaar! heeft Christus gezegd. We moéten wedergeboren worden. Als we leven en sterven zoals we geboren zijn, al zijn we nog zo godsdienstig, dan sterven we in onze zonden en is de eeuwige rampzaligheid ons deel. Het mocht ons wel op de knieën brengen voor God met de bede of Hij dat wonder in ons leven zou willen werken.
Het kan bij God vandaan. Niet bij de mens vandaan. Maar bij de Heere is alles mogelijk. Hij kan doden tot het leven wekken. Wat moeten we daarvoor doen? Onder het Woord komen. Trouw. Het Woord wordt genoemd het zaad van de wedergeboorte. Daarom moeten we de middelen van de genade getrouw en biddend waarnemen, opdat we Zijn stem mogen horen, die doden tot het leven roept: ”Doden zullen horen de stem van de Zoon van God, en die ze gehoord hebben, zullen leven."Smeek de Heere of Hij uw dode hart levend wil maken. Hij is daartoe de Machtige.

Ds. W. Silfhout