Want wie veracht den dag der kleine dingen?
Zacharia 4 : 10a
Want wie veracht den dag der kleine dingen?Zacharia 4 : 10a
Kerkhervorming
Kleine dingen, ach wie Iet er op. We zijn zo geneigd om naar het grote te kijken. En van de grote dingen is de wereld vol. We staan verbaasd en voor het grote van de mens vergeten we het kleine wat God doet. En daar gaat het nu over in onze tekst: De dag van de kleine dingen! Ge moet u dat zo voorstellen. Het volk is teruggekeerd uit ballingschap. Natuurlijk een dag van blijdschap, van ontroerende vreugde. Geen wonder: “Want de Heere heeft grote dingen bij ons gedaan, dies zijn wij verblijd”.
Maar ach, dan komen de teleurstellingen. Eerst de puinhopen van stad en tempel; de gevolgen van eigen schuld. Dan de tegenwerking van Sanballat, van Tobias en Gesem de Arabier. Ge kunt u dat zo voorstellen, nietwaar? De handen slap, geen moed meer om verder te gaan. Daarbij komt nog, dat er feitelijk geen geld is om te bouwen en de mankracht is zeer weinig. Dan is het wel duidelijk, dat het daar een dag der kleine dingen is. Hoort maar, hoe de spotters het uitroepen: “Al is het dat zij bouwen, zo er een vos opkwame, hij zou hun stenen muur wel verscheuren”.
Zo vergaat het des Heeren Kerk zo dikwijls. En dan denken we in het bijzonder aan het werk van de kerkhervorming. Ook toen was daar een dag van zeer kleine dingen. Een monnik op zijn knieën in zijn cel. Een snik van een arme zondaar: “Wat moet ik doen om zalig te worden?” Ja, nog geringer moet u zich dat voorstellen. Vijfhonderd jaar geleden werd in een eenvoudige woning een wiegje neergezet. Een kind werd geboren, zijn naam werd genoemd Maarten Luther. Dag van kleine dingen; wie heeft er op gelet? De paus zeker niet, vooral niet toen dat kind groter werd en ingeschreven werd om monnik te worden. Maar juist die kleine dingen wil God gebruiken. Wie heeft er gelet op die man, die daar zijn paslood langs de muur houdt? Wie heeft hem gezien, die met tranen een steen invoegt in de gebroken muur? Sanballat en Tobias spotten: ach, laat ze maar gaan die tobbers, er komt niets van terecht. Maar eeuwig wonder: God van de hemel heeft het alles aanschouwd, het zijn de ogen des Heeren, die het ganse land doortrekken. Wat een wonder toch voor die amechtige bouwers bij een vervallen muur. De Heere ziet het en de Heere wil dat eenvoudige gebruiken. Nee, Hij veracht de dag der kleine dingen zeker niet. Dat zuIlen ze straks ervaren, als de bouw ondanks alle tegenwerking klaar is gekomen. Dan hoort ge ze zingen: “Hij slaat toch, schoon oneindig hoog, op hen het oog, die need'rig knielen”.
Dag der kleine dingen, door de paus veracht; dat eenvoudige werk op de slotkapel te Wittenberg. Wie heeft er acht op geslagen? Nee, niet de groten der aarde, ook niet de groten der kerk. Ze hebben hem bespot en uitgelachen. Ze hebben geprobeerd hem van het leven te beroven. De dag der kleine dingen; in een schuilplaats is Maarten Luther bezig om Gods Woord te vertalen. Dag der kleine dingen. God heeft het gezien en gezegend tot op deze huidige dag.
Er ligt ook een troost in voor vandaag. Voor treurende mensen, ook jonge mensen, die veel moeten klagen, dat er niets van terecht zal komen. Klagen bij de puinhopen van het leven, klagen over zo weinig medewerking. Soms klagen, dat berouw en droefheid niet echt is. Klagen over de aanvallen van de satan. Dag der kleine dingen in het geestelijke leven, waar het zo heel erg klein begint, een traan in het oog, slapeloze nachten, een bidden onder een gesloten hemel. Dag der kleine dingen. Maar de Heere ziet het.
O, laat dat de troost zijn, ook vandaag bij de gebroken muren van Gods Kerk; waar zo weinig over is van het werk der Hervorming, waar we opnieuw zitten bij de puinhopen, door eigen schuld. En wat moet er dan nu van terecht komen? De kerk veracht, gescholden; Gods volk niet meegeteld, verlaten en vergeten. Doch wie ze veracht, God wil ze niet verachten. Hij veracht die kleinen niet. Hij Iet nog op de dag der kleine din- gen. Eenmaal zal Gods werk gereedkomen, als de laatste steen gelegd is. Dan zullen ze beginnen om vrolijk te zijn. Dan zal droefheid en smart vergeten zijn. Dan gaat het Sion Gods bewonderen de dag der kleine dingen.
Ds. E. Venema (1922-2003)Want wie veracht den dag der kleine dingen? Zacharia 4 : 10a
Kerkhervorming
Kleine dingen, ach wie Iet er op. We zijn zo geneigd om naar het grote te kijken. En van de grote dingen is de wereld vol. We staan verbaasd en voor het grote van de mens vergeten we het kleine wat God doet. En daar gaat het nu over in onze tekst: De dag van de kleine dingen! Ge moet u dat zo voorstellen. Het volk is teruggekeerd uit ballingschap. Natuurlijk een dag van blijdschap, van ontroerende vreugde. Geen wonder: “Want de Heere heeft grote dingen bij ons gedaan, dies zijn wij verblijd”.
Maar ach, dan komen de teleurstellingen. Eerst de puinhopen van stad en tempel; de gevolgen van eigen schuld. Dan de tegenwerking van Sanballat, van Tobias en Gesem de Arabier. Ge kunt u dat zo voorstellen, nietwaar? De handen slap, geen moed meer om verder te gaan. Daarbij komt nog, dat er feitelijk geen geld is om te bouwen en de mankracht is zeer weinig. Dan is het wel duidelijk, dat het daar een dag der kleine dingen is. Hoort maar, hoe de spotters het uitroepen: “Al is het dat zij bouwen, zo er een vos opkwame, hij zou hun stenen muur wel verscheuren”.
Zo vergaat het des Heeren Kerk zo dikwijls. En dan denken we in het bijzonder aan het werk van de kerkhervorming. Ook toen was daar een dag van zeer kleine dingen. Een monnik op zijn knieën in zijn cel. Een snik van een arme zondaar: “Wat moet ik doen om zalig te worden?” Ja, nog geringer moet u zich dat voorstellen. Vijfhonderd jaar geleden werd in een eenvoudige woning een wiegje neergezet. Een kind werd geboren, zijn naam werd genoemd Maarten Luther. Dag van kleine dingen; wie heeft er op gelet? De paus zeker niet, vooral niet toen dat kind groter werd en ingeschreven werd om monnik te worden. Maar juist die kleine dingen wil God gebruiken. Wie heeft er gelet op die man, die daar zijn paslood langs de muur houdt? Wie heeft hem gezien, die met tranen een steen invoegt in de gebroken muur? Sanballat en Tobias spotten: ach, laat ze maar gaan die tobbers, er komt niets van terecht. Maar eeuwig wonder: God van de hemel heeft het alles aanschouwd, het zijn de ogen des Heeren, die het ganse land doortrekken. Wat een wonder toch voor die amechtige bouwers bij een vervallen muur. De Heere ziet het en de Heere wil dat eenvoudige gebruiken. Nee, Hij veracht de dag der kleine dingen zeker niet. Dat zuIlen ze straks ervaren, als de bouw ondanks alle tegenwerking klaar is gekomen. Dan hoort ge ze zingen: “Hij slaat toch, schoon oneindig hoog, op hen het oog, die need'rig knielen”.
Dag der kleine dingen, door de paus veracht; dat eenvoudige werk op de slotkapel te Wittenberg. Wie heeft er acht op geslagen? Nee, niet de groten der aarde, ook niet de groten der kerk. Ze hebben hem bespot en uitgelachen. Ze hebben geprobeerd hem van het leven te beroven. De dag der kleine dingen; in een schuilplaats is Maarten Luther bezig om Gods Woord te vertalen. Dag der kleine dingen. God heeft het gezien en gezegend tot op deze huidige dag.
Er ligt ook een troost in voor vandaag. Voor treurende mensen, ook jonge mensen, die veel moeten klagen, dat er niets van terecht zal komen. Klagen bij de puinhopen van het leven, klagen over zo weinig medewerking. Soms klagen, dat berouw en droefheid niet echt is. Klagen over de aanvallen van de satan. Dag der kleine dingen in het geestelijke leven, waar het zo heel erg klein begint, een traan in het oog, slapeloze nachten, een bidden onder een gesloten hemel. Dag der kleine dingen. Maar de Heere ziet het.
O, laat dat de troost zijn, ook vandaag bij de gebroken muren van Gods Kerk; waar zo weinig over is van het werk der Hervorming, waar we opnieuw zitten bij de puinhopen, door eigen schuld. En wat moet er dan nu van terecht komen? De kerk veracht, gescholden; Gods volk niet meegeteld, verlaten en vergeten. Doch wie ze veracht, God wil ze niet verachten. Hij veracht die kleinen niet. Hij Iet nog op de dag der kleine din- gen. Eenmaal zal Gods werk gereedkomen, als de laatste steen gelegd is. Dan zullen ze beginnen om vrolijk te zijn. Dan zal droefheid en smart vergeten zijn. Dan gaat het Sion Gods bewonderen de dag der kleine dingen.
Ds. E. Venema (1922-2003)