En hij zeide tot mij: “Schrijf, zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft des Lams”.
Openbaring 19 : 9a


HEILIG AVONDMAAL
Mijn vrienden, acht de engel, op goddelijke last, dit van zoveel gewicht dat hij aan Johannes een buitengewoon bevel geeft om dat te schrijven tot een gedachtenis voor alle eeuwen, namelijk: Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft des Lams en hecht hij daaraan nog dit zegel: deze zijn de waarachtige woorden, dan moge het toch elk onzer doen bedenken, dat dit voor iedereen een waarheid is van een oneindig gewicht; voor wie dat zalig zijn nog missen, zowel als voor hen die aan dat zalig zijn deel zullen hebben. Want zijn zij zalig die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft des Lams, dan zijn zij ook maar alleen zalig en het houdt in dat velen tot die zaligheid niet zullen geraken. Het is in dat geval dus van het grootste gewicht dat ieder zijn aandeel tracht vast te stellen. Want, o mijn vrienden, geloof me: er zijn er zovelen die nooit van dat avondmaal en die bruiloft des Lams genieten zuIlen. Och, dat dan ook eens ieder van u in een heilige ernst geraakte om op werkelijke gronden zijn verwachting in deze vast te stellen! Die zaak is te groot om het op een inbeelding te wagen. Het is geen menselijke bruiloft die men missen kan, maar van dit avondmaal hangt het al of niet eeuwig zalig zijn af. Wel, u wilt dan weten of u ook van de geroepenen bent tot het avondmaal van de bruiloft des Lams? Kom, leg uzelf eens neer bij de volgende bewijzen: U kunt geen gemeenschap met die bruiloft des Lams verwachten of u moet hier reeds van tevoren de bruid van Jezus zijn. Het is heel anders dan bij een menselijke bruiloft: daar is de bruid maar één persoon en totaal onderscheiden van de genodigde gasten. Maar bij de hemelse bruiloft bestaat de bruid uit een veelheid van personen: allen die daar aanzitten, zijn de bruid en dus kan niemand op die bruiloft komen of hij moet hier vooraf de bruid van Jezus geworden zijn door ondertrouw! Vraagt u me nu hoe die ondertrouw plaatsvindt? Ik zal 't u zeggen. Och, mijn toehoorders, legt er uw hart bij neer ter toetsing. Deze ondertrouw heeft plaats door Jezus te kiezen voor de uwe, voor uw Bruidegom. Wel, meent u dat al gedaan te hebben? Wat heeft u daartoe bewogen? Hebt u in uzelf wel gezien dat u de noodzakelijkheid van Zijn gemeenschap ontdekte? En wat was dat? Was het een gezicht van en een getroffen zijn door verlorenheid en verdoemelijkheid buiten Hem? Hebt u in Hem die schoonheid en die beminnelijkheid wel gezien, die u uitlokte om - het koste wat het wilde - Hem te mogen hebben? Wanneer is dat geweest? En hoe ging dat? Ach, zegt me eens, weet u wel van zulke tijden en gelegenheden af? O, vrienden, dat geschiedt niet zo bedekt of men heeft er wel weet van. Wel, toehoorders, wat zegt uw hart hier nu op? Deze ondertrouw heeft ook nader plaats door zich aan de Heere Jezus over te geven. Wel, denkt u dat ook al gedaan te hebben? Ach, kom, zegt me eens hoe het in zijn werk ging. Want denkt niet dat een enkel woord met de lippen en een vluchtig aanbod 'Ik zal de Uwe zijn' hier genoeg is. O nee, eer een bruid het jawoord geeft, gaat er bij haar een bedachtzaam overleg vooraf. En bent u wat betreft het feit om u aan Jezus over te geven wel ooit eens in een heilig wachtend beraad geweest? Als een bruid het ja-woord geeft, gebeurt dat gewoonlijk als een zaak van groot gewicht, onder veel ontroering des harten en in diepe ernst. Weet u er ook van, dat u zich zo hartelijk, zo innerlijk bewogen, in zoveel ernst aan Jezus hebt overgegeven? O, dit werk gaat er - evenals in een huwelijksverloving - niet zo koel, zo koud, zo onbewogen naar toe, maar het hart is daarover ontroerd en zeer aangedaan. Als een bruid zich overgeeft, dan geeft ze zich aan haar bruidegom geheel over, aan hem alleen, aan hem voor altijd. O, heeft er zulk een totale overgave van uzelf aan de Heere Jezus plaatsgehad?

Ds. A. Hellenbroek (1658-1731)