"En het zal zijn in de laatste dagen (zegt God), Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen. En ook op Mijn dienstknechten en op Mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten, en zij zullen profeteren." (Hand. 2 : 17 en 18)

PINKSTERFEEST
Ja, dit ondervonden de terechtgewezenen op de Pinksterdag en daarna duizenden - en de gehele scharen en daaronder de snoodste zondaren.
En u, wier keus het door genade geworden is om God te dienen, wat zult u van die Goddelijke Geest getuigen?
O, mocht het uw voorrecht zijn om het op dit feest van de Heilige Geest eens gelovig te Ieren inzien, dat Hij het was Die u door Zijn kracht in dat zalig schuldgevoel van uw zonden aan de voeten van Jezus gebracht heeft; en die in u dat zielsverlangen, dat aanhoudend begeren verwekte om de verhoogde Jezus als uw Koning en Heere door een oprecht geloof te mogen omhelzen.
Jongens en meisjes, och leerden jullie nog in de dagen van de jeugd die Geest te begeren; o, dan waren jullie zo veilig tegen alle verleidingen der wereld, die jullie dagelijks omringen.
Want die Geest leert God op de rechte wijze kennen en dienen; - Die doet zaligheden genieten die een ganse wereld jullie niet schenken kan en door Zijn leiding zouden jullie de levensreis niet alleen veilig volbrengen, maar jullie zouden ook worden ingebracht in de Hemel der heerlijkheid.
Meergevorderden in jaren en ouden van dagen! Ook voor u is die Geest nog ver¬krijgbaar. U bent genaderd aan de avond van het leven; - o, mocht u dan nu nog eens Ieren zien en smekend begeren, wat u op heel de afgelegde weg van uw leven niet zag of gevoelde, namelijk: dat u, alleen door die gaven van de Heilige Geest, ook ter elfder ure, nog gelukkig kunt worden voor de eeuwigheid. O, dan werden uw koude harten door de gloed Zijner genadegaven verwarmd; dan bogen zich nog uw stramme knieën voor de dierbare Jezus; Ja, dan zou u ook in het belijden en betreuren van uw zonden al zoveel genieten, wat u op de hele weg van uw leven in de dienst der wereld nimmer had ondervonden, ja, dan zou Hij uit Zijn volheid u nog schenken genade voor genade.
Aanzienlijken in stand of vermogen onder mijn hoorders! Ach, wat zijn uw schatten, wat is de eer, die u geniet, ja, wat is de hele wereld in vergelijking met die zalige werking van de Geest, die het gemoed met de hogere dingen voor de eeuwigheid vervullen. Och! mocht ook die Geest uw zielen op dit feest zo krachtdadig bewerken, dat u leerde afzien van dat najagen van de goederen van deze aarde en de volzalige God, Die in Christus Zijn Zoon, u ook gaven van de Heilige Geest tot vernieuwing en heiliging van uw harten wil schenken, nog tot uw hoogste en bestendig goed mocht begeren. Daarin toch alleen is het waar en bestendig geluk gelegen.
Geringeren naar de wereld! zelfs dienstknechten en dienstmaagden, u hebt Gods beloften en de aanvankelijke vervulling daarvan gehoord: dat Hij op de dienstknechten en op de dienstmaagden van Zijn Geest zou uitstorten. Och! mocht dat woord nog door genade ingang vinden in uw harten. Diezelfde goddelijke Geest, Die op de Pinksterdag ook over dienstbaren werd uitgestort, werke ook nog krachtig in uw gemoederen tot waarachtige bekering. Dan zou u de dienst van de wereld en de satan verlaten die uw zielen verwoesten, ja, u voor tijd en eeuwigheid ongelukkig maken en u zou dienstknechten en dienstmaagden worden van Jezus, in Wiens dienst het zo beminnelijk en zalig is. O, versmaad en verzondig deze roepstem, die u van Zijnentwege gedaan wordt, toch niet. Maar het zij bij aanvang, of worde in de voortgang uw voorrecht om die beloofde Geest af te smeken, opdat Hij uw recht bekend make met de toestand van uw zielen, u doe vluchten tot de Heere Jezus, opdat u nog genade bij Hem mocht vinden en eeuwige behoudenis van uw zielen.
Ieder die deel heeft aan die Geest van God en Zijn gaven, bezit alles wat hij behoeft voor verstand en hart, voor tijd een eeuwigheid.
Tot bewijs van die waarheid zou ik u tot getuigen kunnen oproepen, bevestigd volk des Heeren! Zou u wel onder woorden kunnen brengen, wat die lieve Geest, die u door genade een Geest des geloofs geworden is, u al deed genieten op de reis naar Sion?
In het verborgen op uw knieën, als Hij u daar wel eens zalig inleidde in die eeuwige liefde en onwankelbare verbondstrouw van uw Drieënige God?
Of in het openbaar in het heiligdom, of wel in het zalig verkeer met uw godvruchtige medereisgenoten? Als Hij dan uw zielen door Zijn invloeden zo zalig verkwikte, dat het u daar dan wel eens werd aLs een poort des Hemels? Maar ook zal er geen eeuwigheid nodig zijn om die ondersteuningen, die bemoedigingen en zalige vertroostingen te vermelden, die u in wegen van beproeving, van kruis en lijden op uw weg, door die Geest hebt mogen ontvangen? O, kinderen Gods! mochten wij die dierbare Geest dagelijks inroepen voor onszelf, voor de onzen en vooral in dagen waarin Zijn Goddelijk bestaan en volzalige werking zo schandelijk miskend wordt. Ook voor ons Vaderland en diep vervallen kerk, opdat Hij nog eens de banier oprichte tegen de drom van bittere vijanden, die ook in onze uitwendige kerk, evenals de spotters op de Pinksterdag, Zijn Goddelijke werking loochenen en zelfs durven bespotten.

D.A. Detmar