Hoewel velen zich afzijdig hielden, werden er door de bediening van de Heilige Geest, Christus en de gemeente ingelijfd. Onder de prediking van het Evangelie opende de Heilige Geest gesloten harten. Velen werden getroffen door het zwaard van de verhoogde Koning. Welk een zegepraal voor Christus! Hij scheen Zijn kracht nutteloos verteerd te hebben, maar hier wordt het Woord bevestigd: "Als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien." Nee, niet één zal Hij er missen van degenen die Hij uit de hand Zijns Vaders ontving en voor wie Hij Zijn bloed stortte. Onze tekst zegt dat het menigten waren, beide van mannen en van vrouwen. Wij zouden wellicht gedacht hebben dat het, als niemand zich bij de gemeente durft te voegen, met de groei van de gemeente wel spoedig gebeurd zal zijn. Welk een vergissing. Hoe groot en uitgestrekt is toch Gods genade! Wat hebben wij daar toch vaak bekrompen gedachten van, als zou slechts een enkeling zalig worden. Laten wij niet vergeten dat in de menigte des volks de heerlijkheid van de koning ligt. Menigten werden toegebracht en die waren niet beter dan de anderen! Die toegebracht werden, lagen ook met gans de wereld voor God verdoemelijk, maar God maakte onderscheid waar geen onderscheid was. Waarom? Omdat Hij hen liefhad met een eeuwige liefde. Waarom? Om het vrije van Zijn welbehagen. O, dat u zich daar toch niet aan zou ergeren. Immers, als u zich genade waard moest maken, was er niets te hopen. Niemand is er die naar God vraagt, zelfs niet tot één toe.
Wat een wonder dat God naar mensen vraagt, die naar Hem niet vragen. Nu kan het ook voor u! Nu is niemand voor Hem te slecht. Wat is dan het wonder toch groot, als u door God wordt opgezocht en het voorwerp mag zijn van Zijn eeuwige liefde, terwijl u de eeuwige dood hebt verdiend. Wie van Gods Kerk zal daar ooit over uitgewonderd raken? In onze tekst wordt er met nadruk bij gezegd dat het menigten waren "beide van mannen en van vrouwen." De vrouw was de eerste in de overtreding, maar ze deelt toch in de zaligheid. Eva verleidde Adam, maar Maria was de gezegende maagd, uit wie Christus geboren wilde worden. Ja, in Christus is noch man noch vrouw; de Heilige Geest wordt uitgestort op alle vlees! Daar horen dus ook jonge mensen bij! En al die mensen werden toegedaan. Ze werden dus uit de wereld gehaald en toegevoegd aan de gemeente. Getrokken uit de wereld bleven ze niet op zichzelf staan; ze werden verbonden met degenen die een even dierbaar geloof deelachtig waren geworden. Zeker, ze werden elk afzonderlijk levend gemaakt, maar daarna ook aan de andere levend gemaakten verbonden tot één geestelijke familie. En nog roept de Heere tot de gemeenschap Zijns Zoons mannen en vrouwen, jonge en oude mensen; Zijn hand is niet verkort. Hij is nog Dezelfde als weleer.
Toch is er een groot verschil tussen toen en nu. Wat is het een geesteloze tijd! De wereld slokt er velen op; de verharding en onverschilligheid neemt hand over hand toe. De indrukken worden steeds minder. Ontzettend, zo de eeuwigheid in te gaan! Anderzijds zijn er velen die de bekering niet van node menen te hebben, omdat ze al bekeerd zijn. Als men hen spreekt, blijkt echter dat ze nimmer zondaar voor God werden. Dat betekent dat ze vreemdeling zijn van Christus, hoe luid ze Hem ook roemen. Ja, wat hangt er een rouwfloers over de Kerk! Wat wordt het weinig gehoord dat Sion weeën heeft en dat er zonen en dochteren geboren worden! Velen zijn gekomen tot aan de geboorte en er is geen kracht om te baren; anderen blijven in de eerste beginselen staan. Wat is er weinig opwas in de genade! Zouden wij niet moeten wenen over zoveel dorheid en onvruchtbaarheid? Waar mag toch de genade van de oude tijd zijn?
Toch moeten er nog toegebracht worden, want de Heere laat Zijn Woord nog prediken. Ook u wordt ernstig tot bekering geroepen! Hoe nodig is het dat de Heilige Geest het toepast aan uw hart; dan toch wordt op het Woord biddend acht gegeven. Zou u daar dan niet biddend om moeten worstelen?
Wijlen Ds. J. van Haaren