Die dood geweest is en weder levend is geworden.                                    Openbaring 2 : 8b

De opgestane Christus, de Vertrooster voor de strijdende kerk
Christus gemeente leeft tussen de Paasmorgen en de Opstandingsdag. Deze tijd zal een tijd zijn van dagen met vreugde en dagen van vrees. Het zal een leven zijn met veel gevaren, verzoekingen en worstelingen. Het is een leven in een vijandige wereld. Van buiten af zullen er bestrijders en vervolgers zijn en van binnen uit het gevaar van afval en verduistering van de waarheid Gods. Toch heeft de ware kerk Gods een adeldom, want ze zijn naar Christus naam genoemd en dragen Zijn Geest in zich, Die hen doet wandelen op de aarde als gasten en vreemdelingen. Johannes, tekent de kerk als een vrouw bekleed met de zon en een krans van sterren om haar hoofd. Hoewel zij een vervolgde kerk is, houdt ze de wereld staande tot Christus komt om te oordelen de levenden en de doden. Deze kracht en sterkte heeft de kerk niet in zichzelf, maar in haar toevlucht tot de Heere. Christus houdt de zeven sterren in Zijn rechterhand. Hij draagt en bewaart Zijn knechten en in Zijn hand zijn ze veilig als ze Hem gehoorzamen en in hun dienst getrouw zijn.
Want Johannes ziet Christus als de Opgestane, in volle majesteit en glans. Want wie is sterker en machtiger dan degene die de dood heeft overwonnen? Welke machtige vorst is koning over de dood? Alleen Jezus Christus, Die de Overste is van alle koningen der aarde. Hij heeft in Zijn opstanding scepter en troon van Zijn Vader ontvangen en door Hem regeren de vorsten. Ook in Hem hebben Gods kinderen recht ontvangen om op de aarde getroost te leven en eenmaal in vrede te sterven, om in te gaan in de volle vreugde des Heeren.
Hiervoor is Christus dood geweest. Hij, Die het Licht was, ging vrijwillig in de duisternis en in de verlatenheid van het graf. Ook aan het kruis heeft Hij de dood in al haar verschrikking ondergaan. Het was het altaar waarop het Lam Gods geofferd werd, opdat er genade en levenskracht voor Zijn kerk zou verworven worden. Het bloed van het onbevlekte en het reine Lam is en blijft de grond van het zalig worden van de Zijnen.
Doch de kroon van het kruis is "het weer levend worden" van Christus. Hij, de Eerstgeborene uit de doden, heeft getriomfeerd over dood en graf. Hij is de Eerstgeborene,  Die leven nam in de dood en tot de dood nooit weer zal terugkeren. Hij de Eersteling der doden, Die opstond, opdat de volle oogst zou volgen. Daarom roept Hij met Zijn machtwoord doden ten leven. Uit de geestelijke doodstaat roept Hij zondaars en zondaressen tot een nieuw geestelijk leven. Hij doet wedergeboren worden vanuit de hemel. En de eerste levenstekens daarvan zijn het bedroefd worden naar God, het wenen over de zonden en ook het bidden om genade. Hij schenkt ook geloof om in alle zonden en ellenden te vluchten tot het bloed des Verbonds om daarin redding en verlossing te vinden. Hij schenkt het nieuwe leven en houdt ook het nieuwe leven in stand. Al moge dan de gemeente van Smyrna en later Gods kerk omringd zijn met veel vijandschap, wantrouwen, smaad en hoop, toch is het een gelukkige gemeente, want hun namen zijn getekend in de doorboorde Handen van de eeuwiglevende Zaligmaker en Verlosser. Gelukkig degene,  die in Hem alleen zijn hoop en toevlucht heeft. Door veel verdrukkingen zullen ze toch eenmaal de kroon des levens ontvangen. Nog roept de Levende, uit de doden Verrezene: Bij Mij is leven. Hij wil helpen die Hem in nood aanroepen en Zijn verlossende Arm is een Arm met macht.

Wijlen ds. K. de Gier