En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden.
Efeze 2 : 1
Dood door de misdaden en de zonden. Dat gold van de Efeziërs in hun eertijds. Dat geldt van elk mens van nature. Een aangrijpende werkelijkheid. Door onze diepe val in Adam zijn we de drievoudige dood onderworpen. We hebben ons van God en daarmee van het leven losgescheurd. We zijn de geestelijke dood onderworpen. We missen de gunst en de gemeenschap van God. Zonder hoop staat de mens in de wereld. Niet alleen zijn we geestelijk dood, ook de lichamelijke dood is ons deel. We moeten eenmaal sterven. Het is de mens gezet eenmaal te sterven en daarna het oordeel. Wie leeft er die de slaap des doods niet eens zal slapen? Geen mens zal daaraan ontkomen. Want door de zonde is de dood in de wereld gekomen en de dood is tot alle mensen doorgegaan. En als we in dit leven niet van de dood worden verlost, zal eenmaal de eeuwige dood volgen. Dat wil zeggen: altijd sterven zonder te sterven. Tot in alle eeuwigheid daar verblijven waar de worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust. Wie is in staat om de diepte van onze nameloze ellende uit te drukken. En wat verschrikkelijk: we zijn er dood voor. De natuurlijke mens verstaat niet de dingen die des geestes Gods zijn. Onze ogen moeten er voor geopend worden. Zovelen reizen onder het oordeel van de drievoudige dood gerust voort naar de eeuwigheid. Dood door de zonden en de misdaden. Hoe is dat in uw leven? Is dat al werkelijkheid geworden? Heeft het u al gebracht aan de voeten des Heeren met de belijdenis dat u om eigen schuld het oordeel onderworpen bent? Dat het eigen schuld is als u voor eeuwig verloren zou gaan? Dat het niet Gods schuld is dat u zo ellendig bent, maar eigen schuld door de zonden en de misdaden? Wat een wonder dat Paulus geen punt hoeft te zetten achter de belijdenis dat we dood zijn door de zonden en de misdaden, maar - en hij mag er zelfs mee beginnen in onze tekst – dat hij er op mag wijzen dat er leven is voor die doden.
U heeft Hij mede levend gemaakt. We moeten dus levend gemaakt worden. We kunnen onszelf het leven niet geven. Dat is een onmogelijkheid. Maar we moeten levend gemaakt worden. Door wie? Door de Heere Zelf. Dat mag Paulus van de Efeziërs zeggen. Ze zijn levend gemaakt. Hoe dan? Door de levendmakende bediening van de Heilige Geest. Het is de Heilige Geest, Die levend maakt. Hij komt in het uur van Gods welbehagen om doden door het Woord tot het leven te roepen. En dan gaan we sterven. Sterven aan alles wat geen God en Christus is om het leven te zoeken en te vinden in Hem, Die de Weg, de Waarheid en het Leven is. Want de Heilige Geest maakt levend en kan dat omdat Christus het leven voor Zijn Kerk heeft verworven. Door de Heilige Geest wordt de zondaar in de wedergeboorte Christus ingelijfd. Maar dat moet ook geleerd worden. Daarom is dat stervende leven zo nodig. Maar wat een onverdiende en onbevattelijke weldaad dat er leven is voor een doodschuldige zondaar in Christus, Die de dood inging om het leven te verwerven voor een zondaar die moet belijden niets anders verdiend te hebben dan de dood. Wie zal de rijkdom van Gods genade in Christus in woorden kunnen uitdrukken? Hij maakt levend!
Waar moeten we dan zijn met onze zonden en schuld, met onze dood? Bij Hem, Die nodigt en roept tot het leven. Hij krijgt waarde en betekenis als we door nood gedreven, ons tot Hem ter genezing leren wenden. Hij krijgt betekenis, ja, Hij wordt voor ons de Schoonste van alle mensenkinderen als we als een vervloekte het oog des geloofs mogen slaan op Hem, Die leeft tot in alle eeuwigheid. Het leven ligt immers buiten de mens? Hij roept nog en nodigt nog: Zoek Mij en leef! Buiten Mij is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf.
U heeft Hij mede levend gemaakt. We moeten dus levend gemaakt worden. We kunnen onszelf het leven niet geven. Dat is een onmogelijkheid. Maar we moeten levend gemaakt worden. Door wie? Door de Heere Zelf. Dat mag Paulus van de Efeziërs zeggen. Ze zijn levend gemaakt. Hoe dan? Door de levendmakende bediening van de Heilige Geest. Het is de Heilige Geest, Die levend maakt. Hij komt in het uur van Gods welbehagen om doden door het Woord tot het leven te roepen. En dan gaan we sterven. Sterven aan alles wat geen God en Christus is om het leven te zoeken en te vinden in Hem, Die de Weg, de Waarheid en het Leven is. Want de Heilige Geest maakt levend en kan dat omdat Christus het leven voor Zijn Kerk heeft verworven. Door de Heilige Geest wordt de zondaar in de wedergeboorte Christus ingelijfd. Maar dat moet ook geleerd worden. Daarom is dat stervende leven zo nodig. Maar wat een onverdiende en onbevattelijke weldaad dat er leven is voor een doodschuldige zondaar in Christus, Die de dood inging om het leven te verwerven voor een zondaar die moet belijden niets anders verdiend te hebben dan de dood. Wie zal de rijkdom van Gods genade in Christus in woorden kunnen uitdrukken? Hij maakt levend!
Waar moeten we dan zijn met onze zonden en schuld, met onze dood? Bij Hem, Die nodigt en roept tot het leven. Hij krijgt waarde en betekenis als we door nood gedreven, ons tot Hem ter genezing leren wenden. Hij krijgt betekenis, ja, Hij wordt voor ons de Schoonste van alle mensenkinderen als we als een vervloekte het oog des geloofs mogen slaan op Hem, Die leeft tot in alle eeuwigheid. Het leven ligt immers buiten de mens? Hij roept nog en nodigt nog: Zoek Mij en leef! Buiten Mij is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf.
Ds. W. Silfhout