Want gij weet de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden.
2 Kor. 8 : 9

De genade van onze Heere Jezus Christus
Het was een wonderlijk antwoord dat Jacob aan zijn broer Ezau gaf toen deze het geschenk van Jacob niet wilde hebben, omdat hij toch al veel had. "Neem het maar gerust, Ezau. God heeft het mij genadig verleend, dewijl ik alles heb," zei hij. En dat was géén grootspraak. Hij had alles: een verzoend God, een getrouwe Zaligmaker, ja, "alles is uwe." Rijke Jacob, arme Ezau. Maar hoe had Jacob dan dat alles gekregen? Hij zegt het: "God heeft het mij genadig verleend." De Heere kan armen uit genade alles geven. Dat wist ook Paulus. Eertijds meende hij ook veel, ja genoeg te hebben: onberispelijk leefde hij, voor de inzettingen van de vaderen ijverde hij. Maar God maakte Paulus die hij was: arm, blind en... maakte hem rijk. Van die genade mag hij een boodschapper zijn. Hij heeft geschreven dat Titus komen zal om hun gaven in te zamelen voor de gemeente in Jeruzalem, die zeer behoeftig en noodlijdend geworden was. Wat hebben de gemeenten in Macedonië, ondanks hun armoede, al mild gegeven. Hij hoopt dat het ook zo in Corinthe zal gaan. Zouden ze niet aan de arme huisgenoten des geloofs in Jeruzalem milde gaven schenken, zij die zelf zoveel hebben ontvangen? Want, zegt de apostel, gij weet toch welke grote genadegaven u geschonken zijn? Gij weet... dat mocht Paulus zeggen. Zij wisten, hadden hogere wetenschap verkregen. Nee, geen wetenschap door menselijke wijsheid, maar door de verlichting van de Heilige Geest. Die hun ware wijsheid leerde. Toen leerden ze hun blindheid en hun ellende kennen, vervreemd van God. Ze zaten in duisternis en schaduwen van de dood door eigen schuld. Gij weet de genade... zeker, dat was genade, dat ze die wetenschap van hun dodelijke breuk, hun ontzaglijke armoede hadden leren kennen. Maar die wetenschap is een wonderlijke wetenschap, want zij maakt arm, leert om ontferming roepen. Genade voor doodschuldigen is er, maar zij die deze goddelijke wetenschap krijgen, Ieren: God wil dat aan Zijn gerechtigheid genoeg geschiede en dat aan haar, of door onszelf of door een ander, volkomen betaald zal worden. Die genade wordt geopenbaard en zouden ze dat ooit vergeten dat voor hopelozen een deur geopend werd? Dat er voor hen genade was om niet, een Middelaar, een Parel van grote waarde, om niet te verkrijgen? Gij weet de genade van onze Heere Jezus Christus. Die enige Naam onder de hemel gegeven, die God hun bekend maakte. De Heere Jezus Christus. De Heere, machtig om te verlossen, de sterke God, de Bezitter, Eigenaar van Zijn volk, Die ze van eeuwigheid aanvaardde, Die ze kocht met Zijn bloed, Die ze verloste uit het huis van de sterk gewapende.
De Heere Jezus, de Zaligmaker, Behouder, Die verlost uit de heerschappij van de duivel, van de macht van de zonde, en brengt tot Hem, het allerhoogste en eeuwige goed. Die vijanden met God verzoent, Die gebondenen opening der gevangenis geeft.
De Heere Jezus Christus. Die gezalfd is om blinden te Ieren de zo verborgen weg der zaligheid, om Zichzelf te offeren voor schuldigen, om ellendigen te verlossen, te regeren en te beschermen.
Gij weet de genade van onze Heere Jezus Christus. Dat was het grootste wonder toch, Corinthiërs, dat die Zaligmaker, Die u kon verlossen, indien Hij wilde, tot u zei, als tot die melaatse, "Ik wil". Weet u het nog dat u toen in verwondering in het stof kwam? Hoe u toen gezongen hebt van Hem, Die al uw krankheden kende en liefderijk wilde genezen? Hij werd arm... Hij Die rijk was. Immers, Hij in de gestaltenis Gods, heeft het geen roof geacht Gode even gelijk te zijn. O, hoe laag wilde Hij buigen, hoe diep Zich vernederen, hoe arm wilde Hij worden om uwentwil, omdat Hij u liefgehad heeft van eeuwigheid, omdat Hij een zwarte bruid wil kopen. Om het eeuwig welbehagen werd Hij arm, opdat de deugden van God in het rijk maken van armen verheerlijkt zouden worden. Hij werd gesmaad. Voor Hem was geen plaats in de herberg. Hij werd neergelegd in de kribbe. O, wonderlijke vernedering. Hij zo arm, dat Hij in onze schande afdaalde. Zo arm, dat Hij al gauw vluchten moest, dat Hij in Nazareth opgroeide. Zo arm dat Hij tenslotte als een worm en geen man kroop in Gethsémané, dat als Hij als een misdadiger veroordeeld werd. Ja, Hij werd zo arm dat Hij uitriep: "Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?" Zo arm, dat Hij Zijn leven aflegde en in een graf gelegd werd. Daarom alleen, door Zijn armoede kon Hij, wilde Hij ook u riik maken, opdat zij die alles verloren hadden: het beeld van God, kennis, gerechtigheid en heiligheid, rijk zouden worden. Hij werd mens, opdat verloren mensen tot God zouden teruggebracht worden, opdat weggelopen zonen en dochters, die zo graag onafhankelijk wilden zijn maar in wrede slavernij kwamen, terug zouden komen en als kind een plaats in het huis van de Vader zouden krijgen. Hij arm, de Bezitter, de Schepper van hemel en aarde, het Licht der wereld in een donkere nacht, in een schamel onderkomen. Zij rijk, niet zoals de Farizeeër als een die al groter en vromer wordt, maar als een die al meer eigen armoede moet leren. Als één die zichzelf al meer tegenvalt, het bederf door de zonde zelfs in zijn beste werken leert zien, zodat er geen bekeerd mens maar een onverbeterlijke zondaar overblijven zal. Maar gelukkig dat niet alleen, maar die ook al meer leert wat genade is, zo vrij, zo eenzijdig. Die al meer leert wie deze rijke Zaligmaker is, zo getrouw, zo rijk en machtig, een getrouwe Herder voor dwalende schapen, een machtige Beschermer voor een wormpje Jacobs. Wie Hij is, zal hier maar ten dele gezien worden. Hij is ons geworden Wijsheid van God en rechtvaar¬digheid, heiligmaking en verlossing, zegt de apostel. Hij is getrouw, Die hun voeten op de weg des vredes richtte. Hij zal Zijn liefhebbers doen beërven wat bestendig is. Kerstfeest in een arme, ondergaande wereld, met een verwereldlijkt Christendom waar geen plaats is voor Hem Die arm wilde worden daar Hij rijk was. En toch... het welbehagen zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan. Zijn Naam zal worden verheer¬lijkt. Make de Heere dan door Zijn Geest, en houde hij maar velen zo arm, dat ze een welbehagen mogen krijgen in zo'n arm geworden Zaligmaker. Opdat het voor hen zal zijn: Genade, vrij en verrassend was het: O God, dat U naar mij omzag, maar genade alleen zal het ook zijn als ik eens zonder verschrikking voor U zal mogen verschijnen. Genade van onze Heere Jezus Christus, genade van Hem Die Zijn Zoon gaf, genade van de Heilige Geest.
Jeugd en ouderen, misschien wil je graag rijk zijn en doe je daar alles voor. Je wordt misschien wel rijk in deze wereld, maar dan kun je nog straatarm zijn zonder God. Vraag Hem je armoede zo te laten zien, dat je buiten Hem, de Heere Jezus Christus, niet verder leven kunt. Als je Hem tot je deel hebt, heb je alles. Als je Hem mist, ben je, met wat je ook bereikt in de wereld en wie je ook mag zijn, toch nameloos arm. Zoek toch de Heere terwijl Hij te vinden is, roep Hem aan terwijl Hij nabij is! Hij is het zo waard Hem te vrezen en te dienen!

Ds. C. Vogelaar