Gij geest, kom aan van de vier winden en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden.

Ezechiël 37 : 9b

Het was waarlijk een huiveringwekkend gezicht, dat de profeet Ezechiël te zien kreeg: een vallei vol met beenderen, doodsbeenderen, die zeer dor waren. Er waren geen levenskrachten meer in. En als de Heere aan Ezechiël vraagt, of deze dorre beenderen weer levend zullen worden, dan antwoordt hij: Heere, Gij weet het. Hij belijdt hierin: Heere, Gij zijt de Almachtige, Gij vermoogt alle dingen. Gij zijt ook in staat om leven te verwekken, daar waar het niet is, ja, zelfs daar waar tegen het leven gestelde krachten werkzaam zijn. Want het is niet alleen zo, dat er geen leven is en verder niet, zoals bij een steen. Een steen heeft geen levenskracht, maar daarin is ook geen ontbindende kracht. Er is meer. Er is in die beenderen: de leven verwoestende kracht van de dood. Zo is het ook bij de mens. En toch zegt Ezechiël: Heere, Gij weet het. Want die God, Die gezegd heeft in de geboortestonde der wereld: Daar zij licht, en daar werd licht, die God spreekt slechts: Daar zij leven, en er zal leven zijn.
Naar Goddelijke opdracht heeft Ezechiël geprofeteerd tegen de dorre beenderen en er is beroering ontstaan in de vallei van dorre beenderen. Ja, de Geest des levens is gekomen van de vier winden en er is leven gekomen. O, Geest van boven, ontwaak en kom! Laat dat onze bede mogen zijn. Die Geest alleen kan leven verwekken.
Wanneer die Geest komt in het hart van de dode zondaar, zal het geestelijk leven worden verwekt. Laten wij er de volle nadruk op mogen leggen, dat doden levend gemaakt worden. Dat is het wonder van de almachtige genadewerking door de Heilige Geest. Ezechiël 37 doet het ons in het bijzonder zien en het is de zalige ervaring van Gods kinderen op de aarde, dat zij als doden levend gemaakt zijn.
Er is geen voorbereiding van 's mensen zijde tot die daad. Al gebruikt de Heere de midde¬len, zoals de prediking van het Woord, het van God ingestelde middel tot de verrichting van dat grote werk is de Geest, Die levend maakt. En dat is niet alleen bij de aanvang, maar ook bij de voortgang.
De kennis daarvan zal Gods kinderen gedurig hun afhankelijkheid van het werk des Geestes doen inleven, wetend, dat zij zonder Hem onbekwaam zijn om ook maar iets te doen. Zij kunnen niet bidden, geloven, volharden, liefhebben, niet tegen de zonde strij¬den, niet trouw zijn tot welke geestelijke werkzaamheden God hen ook roept. In dat alles zijn zij afhankelijk van de levenverwekkende invloeden van Gods dierbare Geest. En hoe meer Gods kinderen aan hun totale onbekwaamheid ontdekt worden, des te meer zullen zij ook gaan vragen om de lieve werkingen van de Geest des Heeren in hun hart.
Die Geest des Heeren maakt hen gedurig een voorwerp van de bediening van Christus. Dat is Zijn werk, als Christus' pleitbezorger op de aarde. Christus verheerlijken in het hart van Gods volk. Zijn beeld in hun ziel graveren en daartoe moet het beeld van de satan, dat wij door de zonde dragen, uitgewist worden.
Het is Gode-verheerlijkend wat Gods Geest werkt. Waar dit werk in de enkeling verheerlijkt wordt, zal het ook zijn vrucht gaan dragen op de plaatsen waar God die mens stelt. Dan zal die Geest des Heeren ook werkzaam zijn in zijn levensverhoudingen. Daarom moeten wij er rekening mee houden, dat herstel van Gods Kerk alleen mogelijk is, door de ruimere werking van de Geest des Heeren.
Het is een droevig teken van verval in onze tijden, dat de werkingen van de Heilige Geest zoveel gemist worden en dat men daarbij tevens zo tevreden is. Hij kan zo gemist worden. De droeve toestand van de kerk in onze donkere tijden is een gevolg van het kunnen missen van de Geest des Heeren. Alle door mensen ter hand genomen middelen zullen blijken ijdel te zijn, wanneer daaraan niet toegevoegd wordt de bede: Kom, Geest, van de vier winden des aardrijks.
O, als de wateren des Geestes gaan vloeien in het heiligdom des Heeren, als de winden des Geestes gaan waaien in de hof der kerk, zal Gods Kerk weer met heerlijkheid en sierlijkheid bekleed worden. Wanneer Gods Kerk weer op haar plaats zou zijn, zou daarvan ook kracht uitgaan in het midden van een van God vervreemdend volk. Welk een getuige¬nis kan er uitgaan naar de wereld van een verscheurde kerk?
De heerlijke vrucht van het samenbindende werk des Geestes staat tegenover de droevige werking van de alles ontbindende kracht van de zonde en de dood. Zie maar verder in Ezechiël 37. De Heere toont het aan Ezechiël, dat Hij weer vergadert wat verscheurd is en verbroken, want alzo zegt de Heere: 'Zie, Ik zal het hout van Jozef, dat in Efraïms hand geweest is, en van de stammen lsraëls, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal dezelve met hem voegen tot het hout van Juda, en zal ze maken tot een enig hout; en zij zullen één worden in Mijn hand.' Gods Geest herstelt wat door de zonde verscheurd en verbroken is. De breuk tussen God en de ziel moet ons doen vragen: Kom, Heilige Geest.
De breuk in Gods kerk moet ons doen vragen: Kom, Heilige Geest. De ontwrichting van het gezin, de staat en de maatschappij moet ons doen vragen: Kom, Heilige Geest. Alleen door de almachtige werking van Gods vernieuwende genade zal alles hersteld kunnen worden en daarom geve de Heere, dat het de bede van Zijn volk in het bijzonder zij: Gij Geest, kom aan van de vier winden en blaas in deze gedoden: dan strijden wij niet meer. Laat Juda toch Efraïm niet langer benauwen, maar dat wij elkaar vinden in verootmoediging voor het aangezicht des Heeren met de éne bede: Kom, Geest des Heeren. Laten wij alzo mogen zijn, als de kleine discipelenkring: Deze allen waren eendrachtig volhardende in het bidden en smeken, en hun bede is zeker geweest: Kom, Geest des Heeren. Veni Creator Spiritus.

Ds. A. Vergunst (1926-1981)