En Saulus had mede een welbehagen in zijn dood.
Handelingen 8 : 1a
Staat dat er echt? Had Saulus, de latere Paulus, de latere apostel, echt plezier in de dood van Stefanus? Ja, dat staat er echt. In het vorige hoofdstuk wordt ons de marteldood van Stefanus beschreven. Die trouwe diaken en evangelist zakte bloedend in elkaar onder de stenen van de vijanden. Hij werd letterlijk een bloedgetuige. Maar voor Stefanus was het niet erg. Voor hij stierf zag hij Jezus, staande aan de rechterhand van God. Meestal staat er, dat Jezus zit aan Gods rechterhand, maar Stefanus zag Hem staan. Jezus stond hem als het ware op te wachten. Daarom was het voor Stefanus niet erg om te sterven. Zoals het voor niemand van Gods kinderen erg is. Voor allen, die gekocht zijn met de prijs van Jezus’ bloed, is sterven alleen maar winst. Een ingaan in de vreugde des Heeren.
Maar ondertussen was het voor Stefanus wat zijn lichaam betreft een verschrikkelijke dood. Hij werd letterlijk doodgegooid door de stenen van de farizeeërs en schriftgeleerden. Wat moeten die laatste momenten, wat het lichaam betreft, ontzettend zwaar voor hem zijn geweest. Als we het gezien hadden, we zouden toch met medelijden en ontzetting vervuld zijn geweest. Al zou het onze grootste vijand zijn geweest. Als men het zien van zo’n bloederige dood met plezier zou kunnen aanzien, dan zou men toch wel zo hard en onbewogen moeten zijn als een steen. Nu, zo was het bij Saulus. Degenen, die Stefanus stenigden legden hun klederen aan zijn voeten. Hij paste daarop. Maar nog meer, er staat hier, dat hij een welbehagen had, dat wil zeggen dat hij plezier had in zo’n dood voor Stefanus. Wat een hardheid, wat een vijandschap, wat een bittere haat. We lezen in het volgende hoofdstuk, dat diezelfde Saulus dreiging en moord blies tegen de discipelen des Heeren. Als een wild beest ging hij tekeer tegen de gemeente Gods. En toch was hij door en door godsdienstig. Maar het was de godsdienst van de farizeeërs, het was een godsdienst zonder een sprankje liefde, het was een hooghartige en wrede godsdienst.
Kunt u nu begrijpen, dat de Heere juist deze Saulus heeft uitverkoren om een prediker van het Evangelie te worden? We zouden zeggen: wie daar ook geschikt voor zou zijn, maar Saulus zeker niet. Juist deze Saulus werd door de Heere neergeveld op de weg naar Damascus. Juist deze Saulus was een uitverkoren vat om Gods Naam te dragen voor de heidenen, en de koningen, en de kinderen Israëls. Waarom juist Saulus? Opdat in Saulus zou blijken hoe groot Gods genade is. Wat zal het voor Saulus een wonder zijn geworden, dat de Heere hem stilzette en opzocht. Zoals het een wonder wordt voor al Gods kinderen. Ze zeggen allemaal: als de Heere mij niet had stilgezet, als de Heere niet de Eerste geweest was in mijn leven, ik zou doorgehold zijn op de weg al verder van God af, regelrecht naar het eeuwig verderf. Als Saulus zelf als een groot beest niet het wonder van Gods genade zo had ervaren, hij had er ook nooit zo rijk van kunnen spreken. Juist zo kon hij een prediker zijn van het wonder der genade. Hij mocht het ieder toeroepen, dat hem, de grootste zondaar, genade was geschied. Zo konden andere zondaren, die de weg niet meer wisten en het waard waren door de Heere naar recht verstoten te worden, moed scheppen uit zijn behoudenis. Wat een wonder dan, dat de Heere juist deze Saulus heeft uitgezocht om genadeprediker te worden.
Hoe is het met u? Voelt u zich beter dan Saulus? Of geeft u het hem niet gewonnen en zegt u, dat als Saulus u gekend had, hij niet meer gezegd zou hebben dat hij de grootste zondaar was? Weet het toch, we kunnen wel te goed zijn voor genade, maar nooit te slecht. Al lag u nog zo diep in de modder van de zonde, al hebt u alles verzondigd, al is het duizendmaal rechtvaardig als de Heere u voorbijgaat, schep toch moed uit de behoudenis van Saulus. Zo groot is Gods genade. Zou het dan niet voor u kunnen?
Ds. J.J. van Eckeveld