En er zal een Verlosser tot Sion komen  

Jesaja 59:20a

 
Weer nadert het Kerstfeest. Reeds eeuwen gevoelde men de noodzakelijkheid van een ernstige voorbereiding tot herdenking van dit heuglijk feit. De Kerstprediking wijst ons op de innerlijke beweging der barmhartigheid onzes Gods, met welke ons bezocht heeft de opgang uit de hoogte, om te verschijnen degenen die gezeten zijn in duisternis en schaduwen des doods; om onze voeten te richten op de weg des vredes.
 
Troostwoord
Dit is een troostwoord, hetwelk de Heere tevoren aan het volk Israël heeft laten bren¬gen door de dienst van Jesaja, en dat in de eerste plaats zag op de verlossing die hun geschieden zou uit de Babylonische ballingschap. Die belofte reikte echter verder dan de verlossing uit Babel. Dat er vele onboetvaardigen mede uit Babel opgetrokken zijn, ligt voor de hand, maar hier werd in ’t bijzonder een verlossing beloofd, welke degenen zouden deelachtig worden, die zich zouden bekeren van de overtredingen in Jacob, spreekt de Heere. Van het 16e vers van dit hoofdstuk en vervolgens, vinden wij een zeer verhevene voorzegging van de grote Verlosser en van de zaligheid, die Hij door Zijn gehoorzaamheid tot de dood, voor verloren zondaars uit zou werken. Hoe wordt Hij als een beroemd held ingevoerd, Die om de twist van de kerke Gods ten strijde trekt, derwijl er niemand was om voor de verlossing van de slavernij der hel en der zonde op te treden, zich in de bres te stellen en voor hen te spreken en de toorn Gods af te wen-den. Te dien einde doet Hij Zijn wapenrusting aan. De gerechtigheid is Zijn pantser. Het heil is Zijn helm. Zijn wraak tegen de satan en zijn bondgenoten is Zijn kleding en de ijver voor de heerlijkheid Zijns vaders en voor Zijns volks zaligheid is Zijn mantel. Dus gewapend zijnde dreigt Hij dood en verderf aan allen die Hem in de weg staan. In zulk een wapenrusting is geen vijand tegen Hem bestand. Hij is met alle macht toegerust.
 
Losser
En daar zal een Verlosser tot Sion komen. De komst van Christus als de Verlosser is het kort begrip van al de beloften, zowel in het Oude als Nieuwe Testament vervat. Dit was de verlossing welke de gelovige Joden verwachtten. Het woord losser is welbekend. Het wordt ook vertaald door Goël. Zulk een losser, die uit kracht van bloedverwantschap gerechtigd was zijn broeder te verlossen. Zulk een losser was dan een uithelper, een vrijkoper, een uitrukker, een verlosser, een wreker, een eretitel welke inzonderheid op de Messias zinspeelt. Het was de patriarch Jacob, die in zijn tijd van deze God al zeide: “Die Engel Die mij verlost heeft van alle kwaad, zegene deze jongeren”, Genesis 48 : 16. Jesaja getuigt reeds van Hem, Jesaja 54 : 5: “De Heilige Israëls is uw Verlosser; Hij zal de God des gansen aardbodems genoemd worden”. De eigenschappen van de losser bezit Christus. Een losser moest zijn een nabestaande om degenen te verlossen, die verarmd waren en hun land hadden moeten verkopen. De losser was verplicht het onschuldige bloed van zijn vriend te wreken. Hij was ook verplicht de weduwe van zijn overleden broeder te huwen, lees Deut. 25 : 9. De Messias is de ware Goël, dewijl Hij de gelovigen niet vreemd is, maar hun bloedvriend, hun nabestaande, Die niet de engelen, maar het verarmde zaad Abrahams heeft aangenomen, dat meer dan tienduizend pond schuldig was en niet het minste had om te betalen. Hij is vlees van haar vlees, been van haar been, gelijk de kinderen het vlees en bloed deelachtig zijn geworden. Ps. 22 : 23: “Zo zal ik Uw Naam Mijn broederen vertellen, in het midden der gemeente zal ik U prijzen”. In Efeze 5 : 30 zegt Paulus, dat de leden zijn “leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn benen”.
De Messias is de Goël, omdat Hij Zijn uitverkorenen, die geworden waren ellendige slaven des satans, dienstknechten der zonde, van nature erfwachters der eeuwige rampzaligheid, mitsgaders al haar verloren goederen, de zalige erfenis van genade en heerlijkheid, heeft ontslagen en vrijgemaakt. De personen Zijner uitverkorenen heeft Hij vrijgekocht van de ellendige slavernij en in vrijheid gesteld. Al de verbeurde en vervreemde goederen heeft Hij wederom verkregen. Dat was gelijk Hij Zelf verklaart in Jesaja 61 : 1: “om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en de gebondenen opening der gevangenis”.
De Christus is de Goël, vermits Hij deze vrijkoping teweeggebracht heeft door een prijs die alles overtrof. Niet door goud of zilver, maar door Zijn eigen bloed dat Hij gegeven heeft. Hij is de Goël, die het slangenzaad de kop vermorzelde. Zijn macht vernietigd, zijn werken verbroken, Zijn volk uit zijn geweld getrokken. Hij heeft de dood gedood en de hel geen macht overgelaten, Hoséa 13 : 14. Hij was de Losser van macht. Hij is niet alleen het Lam, maar ook de Leeuw uit de stam van Juda, machtig om te verlossen, Hij is het Die de wet heeft vervuld. Hij is de Messias, de Goël, dewijl Hij Zijn gunstgenoten, nadat Hij ze van de Wet, haar eerste man, heeft ontslagen, opneemt, met hen in het huwelijk treedt; en dat door een eeuwig onveranderlijk trouwverbond. Alle condities zijn in Hem, Hij is de vrijwillige Losser, die van eeuwigheid dat opnam. Job riep er van uit: “Ik weet, mijn Verlosser leeft”. Hij heeft zich als Verlosser geopenbaard door het wegnemen van het kwaad, door het wederbrengen van het hoogste goed. Dit alles is geschied door het losgeld, hetwelk aan Gods gestrenge gerechtigheid moest voldaan worden. Dat losgeld was Zijn dierbaar bloed. Zacharia 9 : 11: “door het bloed uws verbonds, heb ik uw gebondenen uit den kuil, daar geen water in is, uitgelaten”.
 
Uit Sion
Hij zal uit Sion komen. Welk een troosting voor het Sion Gods. Welke ellende zij moesten inleven in ballingschap en verdrukking, het was en bleef Sion. Hij komt tot dat volk. Hij trekt ze uit de wereld, komt met Zijn leiding, openbaart Zich aan hun ziel en schenkt Zichzelf kwijt. Ja, zal komen; bij Adam en Eva met de moederbelofte, bij Abraham als het Schild, bij Jacob als de Silo. Sla met ons het Woord op en u zult het moeten betuigen, ja, in de beloften is Hij verschenen aan patriarchen en profeten. Maar hoe komt Hij nu menigmaal weer tot dat Sion. Dan vindt Hij ze als een schaap, dat zijn herder heeft verloren, dan in droefenis, treurigheid en in het gemis. Echter komt Hij weleens weer tot hen met de troostrijke belofte: “Ik zal u niet begeven en Ik zal u niet verlaten”. Hij komt tot hen met Zijn heil, gerechtigheid, vrede, blijdschap, tot hun vertroosting en zaligheid. En eenmaal zal de tijd daar zijn, dat Hij komen zal: eerst wanneer ze naar ziel zullen ingaan in de eeuwige vreugde, maar straks zal Hij komen om ze met ziel en lichaam op te nemen in de eeuwige heerlijkheid, en zo zullen ze altijd met de Heere wezen. Lezers, de Heere schenke ons samen die weldaad, dat ook wij die Verlosser mogen nodig hebben voor de tijd en voor de eeuwigheid.
Ds. H. Ligtenberg sr. (1887-1965)