Daarom, ziet, Ik zal haar lokken en zal haar voeren in de woestijn; en Ik zal naar haar hart spreken.
Hoséa 2 : 13
Gods lokken
Israël heeft het hart de afgoden gegeven en geestelijk overspel gepleegd. Om Israël weer geheel voor Zich alleen te hebben, zegt de Heere hier: "Daarom ziet, Ik zal haar lokken en zal haar voeren in de woestijn". God zal Israël wegvoeren van hun afgoden in de woestijn der Babylonische ballingschap. Het is liefde, die Israël wegvoert. Als de Heere Israël afkerig zijn weg ziet gaan, zegt Hij niet: Daarom ziet, Ik zal haar verdelgen; maar: Ik zal haar lokken. Het werk der bekering is een zeer krachtig werk, maar tevens een zeer lieflijk werk. Hij dwingt de mens niet, maar buigt hem lieflijk. Hij lokt door de lieflijke stem des Evangelies. Het hart wordt daardoor lieflijk getrokken om de scheidbrief aan alle andere liefhebbers te geven en het gehele hart aan God te verpanden. De kracht van de Heilige Geest maakt een gewillig volk op de dag van Gods heirkracht. Dat volk kent niet slechts vrees voor de straf, maar vooral een innig leed in het hart, zó tegen God gezondigd te hebben. De bitterste tranen zijn niet de Ezau's tranen, die wenen over het verlies van een erfenis, maar de tranen van droefheid en gemis van God. Alleen dat lokken Gods maakt dat wij onze afgoden verlaten en God en Zijn inzettingen aanhangen. Als de Heere lokt, is het afgelopen met onze lust in de wereld. In het hart woont dan een droefheid naar God, die een onberouwelijke bekering tot zaligheid werkt. De verloren zoon of dochter komt dan tot zichzelf en belijdt het: "Ik heb gezondigd tegen de hemel en voor U". Zij zien dan hoe arm, jammerlijk en naakt ze zijn en zeggen: "Ik verga van honger". Door de liefde wordt dat volk overwonnen. Dat maakt hen zo bedroefd en boetvaardig. Te zien welk een God wij door onze zonden bedroefd en vertoornd hebben, doet ons roepen: "Wee mijner, ik die zó gezondigd heb". Was dat niet Zijn weg met u, kind des Heeren? Heeft Hij u niet weggelokt van al uw afgoden en door de liefde uw hart voor Zich gewonnen? Waarlijk, Gods koorden zijn liefdekoorden. Dat zijn de pijlen, die zondaren dodelijk verwonden. Wie zo verwond werd, leerde het verstaan hoe bitter het is om tegen God te zondigen. Daar is ware boete en oprecht berouw. Die liefde alleen is het dan ook, die ons leert onder Gods recht te buigen en te belijden: "Ik heb gedaan, dat kwaad was in Uw oog, dies ben ik Heer', Uw gramschap dubbel waardig".
In de woestijn
Het woord woestijn is voor Israël niet vreemd. Veertig jaar heeft het in de woestijn gezworven vóór het Kanaän beërfde. Het land Kanaän heeft Israël echter van God vervreemd. Israël kon de weelde van dit land van melk en honing niet dragen. Nu zal de Heere om Israël te bekeren hen daarom wederom in de woestijn voeren. In de woestijn der ballingschap zal Israël tot inkeer worden gebracht. Het zal Israël vergaan als de verloren zoon. In het vergelegen land Babel zal het tot zichzelf worden gebracht. Ook nu voert Gods lokking der liefde zondaren in de woestijn. Het is voor Israël zo nuttig en onmisbaar gebleken, dat woestijnleven. Daarom voert God ook nu in een woestijn. Het is tot ons nut. In een geestelijke woestijn komt Gods volk terecht door de leiding Gods in hun hart. Wij zouden liever altijd op de berg der verheerlijking blijven en daar tabernakelen bouwen, maar God voert in de woestijn. Het is de woestijn van ons boze hart, waarin God ons steeds dieper leidt. We moeten leren wat voor mensen we zijn. Hoe boos en verwerpelijk de zonde ons maakte, opdat we zó diep voor God buigen, dat we Hem rechtvaardigen en de eeuwige ondergang waardig worden. In die woestijn moet de mens gruwen en walgen van zichzelf. Daar worden alle goede gedachten, die we nog over onszelf hadden, gedood. Met David moeten we dan verslagen en verpletterd roepen: "Zie toch! ik ben in zonde ontvangen en in ongerechtigheid geboren". In de woestijn is de wet met zijn vloek vanwege onze overtredingen. Daar is Gods toorn, die zo verdiend en rechtvaardig is omdat wij tegen Hem overtreden hebben. In de woestijn wordt het een omkomen van onze zijde; een gedood worden aan al het onze. En dáárom zulk een nuttige en onmisbare plaats. Er is voor ons niet veel aantrekkelijks aan de woestijn. Er is daar alleen hitte en dorst, droogte en zand. Maar toch is dat de plaats waar Israël weer naar zijn God zal vragen. Ja, alle eeuwen door is de woestijn de smidse geweest, waar God Zijn instrumenten heeft gesmeed. Denk aan Mozes in de woestijn Midian. Aan Elia in de woestijn van Gilead. Aan Paulus in de blinde eenzaamheid van Damaskus. Daar worden zondaren gevormd tot Goddelijke instrumenten. Daar wordt het zilver gelouterd van het schuim. De woestijn is onmisbaar voor het geestelijk leven.
Liefdesverklaring
Naar het hart spreken. Een jongen spreekt het meisje zijner liefde naar het hart. Hij zoekt haar hart te winnen door haar zijn liefde te verklaren. Van Sichem lezen we, dat hij Dina, de dochter van Jakob, liefhad, en "hij sprak naar het hart van de jonge dochter". Hetzelfde zegt hier God met Israël te zullen doen. In de woestijn der ballingschap zal de Heere Zijn schuldverslagen Israël naar het hart spreken. Dit heeft de Heere ook gedaan. De eenzijdige Verbondsllefde, die zo onverdiend aan zondaren wordt uitgedeeld, heeft God Israël in de ballingschap verklaard. In Jeremia en Ezechiël kunt u het lezen. Jeremia heelt Israël toegeroepen, dat Efraïm God een dierbare zoon en een troetelkind was en dat Zijn ingewand van barmhartigheid over hen rommelde. God heeft Israël naar het hart gesproken. Zie dan hier Gods wondere weg. Wegvoeren in de woestijn, ontkrachten en vernederen en dan naar het hart spreken. De bruiloft Gods heeft plaats in de woestijn. Het minnelied der Goddelijke liefde wordt in de woestijn gezongen. De troosteloze woestijn wordt dan herschapen in een bruiloftszaal. De woestijn een onuitsprekelijke zegen. In de woestijn van geestelijke nood en verlorenheid spreekt God zondaren naar het hart. De liefde van de Bruidegom Jezus Christus is alleen voor woestijnkinderen. Hij spreekt ze naar het hart. God brengt daar de gezegende tijding van des Middelaars voldoening. Waar elders klopt immers meer Gods liefdehart tot Zijn gemeente dan daar waar Hij Zijn eniggeboren Zoon overgeeft in de dood om woestijnkinderen tot Zijn zonen en dochteren aan te nemen? In dat offer verklaart God vloekwaardigen Zijn eeuwige liefde. Jezus, de grote Bruidegom Zelf, komt in de woestijn Zijn zwarte bruid verklaren hoe groot Zijn liefde tot zulken is. In de woestijn toont Hij haar Zijn bloed, dat duizendmaal overvloediger is dan al haar zonden. Hij spreekt tot het hart: Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven. Hel gaat dat volk als Jozefs broeders. Zij aten en dronken aan Jozefs tafel tot dronken wordens toe. Dronken van liefde wordt dat ellendige volk in de woestijn. Dronken vanwege die God, Die hen naar het hart wil spreken. Wie kan naar het hart spreken als God? Wie kan troosten als de Heilige Geest? Wie kan liefhebben zoals Jezus zwarte zichzelf veroordelende zondaars bemint?
Ds. C. Harinck