Den onbekenden God
Handelingen 17 : 23m
Den onbekenden God (3)
Elke oprecht gemaakte ziel gaat het erom, dat hij God weer mag kennen, die God, Die we om eigen schuld niet meer kennen. Die God, Die we missen, omdat we in het Paradijs in ons verbondshoofd Adam van God zijn afgeweken, Hem de rug en de nek hebben toegekeerd.
Maar dan leidt de Heere door Zijn Heilige Geest die zondaar, die om God verlegen wordt, aan de voeten van die gezegende Middelaar Gods en der mensen.
Hij heeft gezegd: Die Mij gezien heeft, die heeft de Vader gezien. Dat wordt niet in één dag geleerd. Maar daar leidt de Heere Zijn kinderen heen. En daarom, verbrokene van hart en verslagene van geest, die gebogen gaat onder het rechtvaardig oordeel van God vanwege uw zonden en ongerechtigheden, hoor dan de stem van Hem, Die zo vriendelijk nodigt: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. En die tot Hem komt, zal nimmer worden afgewezen.
Waar vindt de ziel rust? Alleen in de kennis van Hem, Die van de Vader gegeven is tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en volkomen verlossing. Daar vindt de ziel rust in Hem, Die van de Vader in deze wereld gezonden is om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.
Dan vindt de ziel rust in God. Want God vindt rust in het verzoenende offer van de Heere Jezus Christus. Hij wil ook leiden in het heiligdom.
Hij wil ook dat arme zondaren tot Hem zullen vluchten om door het toevluchtnemend geloof iets te aanschouwen van de blanke gerechtigheid die in Christus Jezus is. En Hij wil ook dat bloed dat Hij gestort heeft op Golgotha toepassen aan het hart van die verbrokenen van hart en verslagenen van geest.
Hij wil ook dat ze gefundeerd zullen worden op dat enige Fundament der zaligheid, Jezus Christus en Dien gekruisigd. Opdat ze iets van Zijn rijkdom, van Zijn volheid, van Zijn heerlijkheid mogen aanschouwen.
O, kom dan en laat u zaligen! Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw, al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol. Zó wit, zó gereinigd, zó geheiligd, dat God geen zonden meer ziet in Zijn Jakob en geen overtreding in Zijn Israël.
In Christus wil God Zich laten kennen als een barmhartig en als een genadig God.
De dichter heeft ervan gezongen: Barmhartig is de HEERE en zeer genadig; schoon zwaar getergd, lankmoedig en weldadig. Hij is het, Die in Christus, ons Zijn vriendschap biedt. Hij maakt plaats voor Zijn eigen werk.
Daar ligt de zaligheid in. Daar ligt ook de roem in. Want wie roemt, roeme in de Heere.
Misschien kunt u het niet meer bezien in uw leven. U kunt niet meer geloven, dat het ooit waar is geweest wat de Heere in uw leven gedaan heeft?
De vrees vervult uw hart dat u nog alles mist?
Hij laat u verkondigen dat er een God is, Die de hemel en de aarde geschapen heeft. Dat er een God is, Die alles onderhoudt en regeert. Dat er een God is, Die Zijn Eniggeboren Zoon heeft gezonden in deze wereld, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Dat er een God is, Die gedenkt aan Zijn verbond en Die Zijn werk zal voleindigen tot op de dag van Jezus Christus. Dat er een God is Die dat goede werk wat Hij begint ook zal voleindigen.
Hij maakt het waar: Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen. En zie, nu gaat Paulus tegen de Epicureeën en de Stoïcijnen zeggen, dat Jezus opgestaan is en dat er daarom een opstanding is uit de doden. En dat nu in Hem, Die opgestane Levensvorst, het leven en de zaligheid is. Daarom zal Hij Zijn hulp nooit vruchteloos doen vergen. Omdat er een Jezus is. En waar Hij Zijn vleugelen over Zijn bestreden Sion uitspreidt, wordt iets van de rust geschonken in die bij de aanvang zo onbekende God.
Ook bij de voortgang in die God, Die Zich zo verborgen houdt, maar Die Zich ook in Christus openbaart als een genadig en een barmhartig God.
Dan wordt er iets van de rust geschonken, het vette van Gods huis gesmaakt. Een volle beek van wellust maakt daar elk in liefde dronken.
Ds. W. Silfhout