"En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest:"

Handelingen 2 : 4a

 

Hebt gij ook den Heiligen Geest ontvangen? Gij hebt al zovele Pinksterdagen beleefd, wat invloed heeft het op uw hart gehad? Mogelijk is het nu uw laatste levensdag, en wat zal het dan zijn, als gij wellicht nog nooit om dien Geest gebeden hebt!  De belofte is, dat een iegelijk die er om bidt, ook dien Geest uit genade ontvangt. Bidt gij er om; verlangt gij er naar? Ziet gij wel het onmogelijke van geloof en godsdienst, en het luttele en ijdele van alle uwe plichten, zonder dien Geest? Of wederstaat gij den Geest en zijne kloppingen?

Ongelukkigen, die uw vermaak schept in de zonde, en een afkeer hebt van des Heeren dienst en 's Geestes werk. Hier zijt gij ongelukkig, want gij reist door de wereld als een blinde zonder leidsman, gij ligt open voor alle zonde en verzoekingen des bozen, gij neemt dagelijks toe in zonde en uwe schuld klimt steeds hoger, en uw hart mist allen waren troost. En hierna zijt gij nog veel ongelukkiger, en dat voor eeuwig. Komt, valt nog op de knieën!  Jezus heeft gaven genomen om uit te delen, opdat de wederhorigen bij Hem wonen zouden. Als gij eenmaal voor Zijnen Rechterstoel komt, zult gij niet kunnen zeggen: "ik heb ernstig en gedurig om dien Geest gesmeekt, maar Hij is anderen gegeven, en mij geweigerd!" Maar de Heere zal u dan zeggen: "Ik heb u Mijn Woord, de bediening des Geestes laten verkondigen en u laten waarschuwen en uitnodigen, maar gij hebt niet gewild; en daarom gaat weg van voor Mijn aangezicht, in den poel des vuurs die branden zal tot in alle eeuwigheid". Bekommerde zielen! Voor u geef ik enige Schriftmatige eigenschappen dergenen die den Geest ontvangen. Let eens op!

De Geest werkt ontdekking en overtuigt den mens van zonde. De zonde leert zich dan kennen als een ondier in het kwaad, en als een onding in het goede. Hij wordt dan een arme zondaar, gans melaats en onrein, ongeschikt tot enig goed, en als God hem loslaat, geneigd tot alle kwaad. Kent gij dat?

De Geest ontdekt ook de persoon Christus, in Zijne noodzakelijkheid, en doet de ziel naar Hem uitzien; en evenzeer in Zijne dierbaarheid en bereidwilligheid om zondaren zalig te maken. Dan wordt de ziel begerig naar Christus, en begint, zoals Paulus zegt, de toevlucht te nemen om die voorgestelde hoop aan te grijpen en vast te houden. Hij begint immers telkens moed te grijpen, omdat er zulk een dierbare Jezus in het dierbaar Evangelie aan zondaren wordt aangeboden, een Jezus, die berekend en bekwaam is, ook om zijne schulden weg te nemen en zijn persoon met God te bevredigen, en als Koning in zijn hart heerschappij te voeren, en hem van alle banden des satans los te maken. Kunt gij wel ontkennen dat Jezus u zo door den Geest ontdekt is ?

De Geest werkt heiligmaking. De ziel wordt aan dezen kant van het graf niet volmaakt; maar wel jaagt hij er naar, en zou zo mogelijk, alle zonde met wortel en tak uitgeroeid willen hebben. De Geest heeft hem een nieuw hart en een nieuwe keus gegeven, en daarom heeft hij een vermaak in de wet Gods naar de inwendige mens.

De Geest werkt gebed. Vandaar komt het, dat een ziel die door den Geest bewoond wordt, menigmaal geheel niet, en op andere tijden zo gemakkelijk, zo eerbiedig, zo gelovig en zo aanhoudend bidden kan.

Men zegt: de Geest moet in de raderen zijn, en anders gaat het met ons als met de wagenwielen van Farao. Wat kan ik geloven, bidden, strijden, mijn loom gemoed opbeuren, als de Geest niet telkens de eerste is ? O! mij dunkt, als God tot de ziel komt, dan brengt Hij alles mede; maar als de Heere weer heengaat, dan neemt Hij ook weer alles mede. God gaat wel nooit geheel weg; Hij zal ons niet begeven of verlaten, maar zegt: zie ik ben met ulieden alle de dagen, tot aan de voleindiging van de wereld toe! Godvruchtigen allen te samen! Bidt om, gelijk de Apostelen hier, vervuld te worden met den Heiligen Geest. Sommige mensen zeggen: "een christen heeft niet den minsten grond om te hopen dat hij ooit beter zal worden; hij wordt integendeel hoe langer hoe slechter en ellendiger tot aan zijn dood toe." Mij dunkt, met het oog op onzen tekst, heb ik grond om hier tegen op te komen. Indien al Gods volk eens recht vervuld mocht worden met den Heiligen Geest, zou dat dan niet een wonderlijke invloed uitoefenen op hun hart en wandel? Zouden zij dan niet meer versierd worden met Gods beeld? Mij dunkt, indien wij allen, gelijk hier de Apostelen, met den Geest vervuld worden, dan zie ik daaruit de dierbare vruchten vanzelf voortvloeien.

Dan zien wij meer met al ons gebrek en ellende op Jezus; wij raken meer gezakt en gezonken op dat ware fondament, op dien enige hoeksteen, goed gelovende, dat wij geen zucht of traan aan onze eigen behoudenis kunnen toebrengen, maar dan ook met vrijmoedigheid op dien goddelijke Verlosser ziende, Die alles volbracht heeft voor arme zondaren, en Die ook nog steeds hun Voorbidder blijft in den hemel. God zegene dit aan ons allen om Zijns Naams wil!


Wulfert Floor (1814-1876)