Die nedergedaald is, is Dezelfde ook, Die opgevaren is ver boven al de hemelen, opdat Hij alle dingen vervullen zou.

         Efeze 4 : 10

Hemelvaart

De apostel Paulus haalt in vers 8 Psalm 68 aan: Als Hij opge­va­ren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangen geno­men en heeft de mensen gaven gegeven. Maar om die gevangenis gevangen te nemen en de Zijnen te verlossen van het eeuwig verderf, waaronder wij allen van nature besloten liggen, moest Hij eerst nederdalen, Immanuël worden, God met ons.
Daarvoor moest Hij de hemel van Zijn heerlijkheid verlaten. Aan de Hemelvaart van Christus ging een hellevaart vooraf. Nederge­daald tot in de diepste diepten. Niet alleen is Hij laag nedergedaald toen Hij geboren werd in nederige omstandigheden en vlees en bloed aannam uit de maagd Maria, maar wat een lijdensweg, een nederdalen, is de Borg en Middelaar onderwor­pen.
Diep, zeer diep heeft Hij gebogen in de Hof van Gethsémané, waar Hij kroop in het stof als een worm en geen man.
Dieper daalde Hij nog af toen Hij geleid werd voor de aardse rechter om als een onschuldige veroordeeld te worden tot de vervloekte, smadelijke en smartelijke kruisdood.
Wie zal de diepte van Zijn nederdalen kunnen peilen?
Hij, Die het geen roof behoefde te achten Gode evengelijk te zijn, hangt daar aan het kruis en daalt neer in de diepte van de Godverla­tenheid, waar Hij het uitroept: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? En om niet meer te noemen, Hij daalt neer in de dood om daar de dood in het aangezicht te zien en die te overwinnen.

Zo ging Christus de weg van kribbe naar kruis om de toorn Gods te dragen. De toorn Gods, die ontstoken was tegen de zonde, en waaronder wij voor eeuwig hadden moeten omkomen.

Maar, zegt Paulus, ziet: Die nedergedaald is, is Dezelfde Die ook is opgevaren. Hij heeft alles volbracht en daarom is Hij nu opgevaren naar de hemel om daar de prijs van Zijn Midde­laarsarbeid Zijn Vader voor te stellen. Hij vaart op naar de hemel om voor degenen, die Hem als Borg en Zaligmaker hebben leren kennen, voor hen de toegang te openen tot de hemel. Hij is opgevaren tot Zijn Vader en hun Vader. Wat een troost voor degenen, die zichzelf hebben leren kennen als midden in de dood te liggen. Na de hitte van de Goddelijke gramschap geblust te hebben is Hij opgevaren in de hemel der heerlijkheid, ver boven al de hemelen, opdat Hij alle dingen vervullen zou.

Daarvan heeft Hij tot Zijn discipelen gesproken in Joh. 14: "Ik ga heen om u plaats te bereiden. En zo wanneer ik heen zal gegaan zijn en u plaats bereid hebben, zo kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt waar Ik ben." Omdat Hij is opgevaren, zullen zij ook eenmaal bij Hem zijn, verlost van het lichaam der zonde en des doods.

Door Zijn opvaren ten hemel heeft Hij onze ziel en ons lichaam in de hemel gebracht en de hemel, die wij door onze zonden gesloten hadden, weer geopend. Daarom alleen kan een dood­schuldig volk weer met God gemeenschap hebben. Want uit die geopende hemel daalt de gunst Gods af in de harten van Zijn volk. Geen nood dan, als u zich schuldig hebt leren kennen en al maar meer schuldig kent en waar uw ziel en lichaam hijgen en dorsten naar God in een land dat dor en mat van droogte brandt, waar niemand lafenis kan krijgen. In deze Jezus, Die alles vervuld heeft, is alles te vinden wat tot het leven en de zaligheid nodig is. Hij zendt Zijn Geest uit, opdat Die u in alle waarheid leiden zou. Lichamelijk is Hij niet meer op de aarde, maar naar Zijn Godheid, genade, majesteit en Geest wijkt Hij nimmermeer van de Zijnen.

Door die Geest werkt Hij in de harten van zondaren en gaat hen leren dat ze helwaardig zijn om voor hen de hemel te bereiden. Leert Hij hen dat ze rampzalig zijn in zichzelf om hen de zalig­heid deelachtig te maken, die Hij verdiend heeft door Zijn lijden en sterven. Leert Hij hen te sterven aan zichzelf, de wereld en de zonde, opdat ze Christus leven zouden en met Hem gezet worden in de hemel.

Ongetroosten, heft dan uw hoofden opwaarts. Dat uw wandel in de hemel mag zijn waar Christus is zittende aan de rechterhand Gods.

Eenmaal zal Hij weerkomen. Hij zal alle dingen vervullen. Dan zal Hij u naar ziel en lichaam tot Zich nemen en dan zult u met al de gezaligden zingen het lied van Mozes en het Lam: Gij, o Lam Gods, Gij hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, en daarom zijt Gij waardig te ontvangen de lof, de eer en aanbidding van nu tot in alle eeuwigheid.

In de hemel is gejuich geweest toen Christus als de Overwin­naar over dood en graf Zijn triumftocht maakte, maar wat zullen de engelen en de gezaligden juichen als alles ten volle vervuld zal zijn en de nieuwe hemel en de nieuwe aarde waarop gerechtigheid wonen zal werkelijkheid zullen worden.

Heeft Hij ook voor ons de hemel geopend, is Zijn hemelvaart ook tot ons nut? Als dat niet zo is, vraag dan om de Geest der ontdekking, opdat we in ware zelfkennis en Godskennis mogen worden uitgedreven naar Hem, Die de Schoonste is van alle mensenkinderen en in Wiens lippen genade is uitgestort. Deze Jezus is met eer en heerlijkheid gekroond.

Ds. W. Silfhout