Ik zal niet meer veel met u spreken; want de overste dezer wereld komt, en heeft aan Mij niets. Maar opdat de wereld wete, dat Ik de Vader liefheb, en alzo doe, gelijkerwijs Mij de vader geboden heeft. Staat op, laat ons van hier gaan.
Johannes 14 : 30 - 31
In ons leven gebeuren dingen, die wij nooit zullen vergeten. Zo ook, in het leven van Jezus' geroepen discipelen. Zullen ze de bergrede vergeten? Of de storm op het meer? Of de spijziging der duizenden? Geen leed zal het ooit uit hun geheugen wissen. Zo ook hier, als ze met Jezus samen zijn om het Paasmaal te houden. Veel is er aan voorafgegaan. Denk aan de voetwassing, Judas' verraad. Ook is toen het avondmaal ingesteld. Daarin heeft Sions Borg gemeenschap geoefend met Zijn Vader en ook met Zijn volk, naar Zijn sterke begeerte, Lukas 22:15: 'Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde’. Na het avondmaal en als zij de lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar de Olijfberg. Bovenstaande tekstwoorden heeft Jezus gesproken voor Zijn vertrek naar de lijdenshof.
Er zal straks een noodzakelijke scheiding komen. Gedurig heeft Jezus Zijn discipelen daarop voorbereid. Ook hier, als Hij zegt: 'Ik zal niet meer veel met u spreken’. Wat hebben de discipelen er weinig van verstaan. Drie jaar lang heeft Jezus tot hen gesproken als Profeet, namens de Vader en van de Vader. Hij heeft tot hen gesproken van Vaders liefde, van Vaders Raad ter zaligheid. De Raad der zaligheid, die Hij voor de wijzen en verstandigen verborgen heeft, maar de kinderkens en dus ook hen, geopenbaard. Ook heeft Hij voorzeggend tot hen gesproken van hun verloochening, van hun verstrooiing, ja van hun ergernis aan Hem.
Hebben de discipelen dit alles verstaan? Heeft Petrus het aanvaard? Zijn ze door Jezus' spreken waakzaam, ja, dubbel waakzaam geworden?
Nu is het tijdstip van scheiding aangebroken. De schapen zullen tijdelijk door de Herder verlaten worden. Lees vers 28: 'Ik ga heen, en kom weder tot u. Wat een angstig en smartelijk gemis zal er straks zijn in het hart van Jezus' discipelen.
Doch dit is voor de discipelen en al Gods volk noodzakelijk. Want Jezus moet een noodzakelijke strijd strijden. Dit is toch reeds voorzegd in de moederbelofte (Gen. 3:15). Satans kop zal vermorzeld worden. Daarom Jezus' zware zielestrijd in de olijvenhof. Een zware strijd met de overste dezer wereld, namelijk satan en zijn dienaren.
Deze strijd is een borgtochtelijke strijd. Christus streed in het strijdperk als Borg voor Zijn uitverkoren volk. Deze strijd is een God verheerlijkende strijd, uit liefde tot Vaders eer en tot herstelling van Vaders deugden.
In deze gehoorzaamheid ligt de liefde van Christus. Mijn liefde en ijver brandt. Liefde is de drijfveer. Heilige liefde tot Zijn Goddelijke Vader, tot Zijn deugden en tot Zijn volk.
Hij geeft Zich gewillig in de dood, om de Vader te gehoorzamen en Zijn volk te verlossen. Hij drinkt de lijdensbeker tot de laatste druppel en Hij ondergaat de doodsdoop. Zijn werken worden vol bevonden voor God.
Lezers en lezeressen, hebben wij er deel aan? Dit is nodig door toerekening en aanneming. Gods volk leert het beoefenen. Jezus neemt Zijn discipelen mee: 'Staat op’. Nu is de ingrijpende stonde aangebroken voor de Herder om Zijn leven af te leggen voor Zijn schapen. Hij weet Zijn tijd, die nooit te vroeg is of te laat. Daarom dit treffende bevel: 'Staat op'.
Zijn discipelen zullen getuige zijn van Zijn worsteling, van Zijn bloedzweet, van Zijn bidden, van Zijn gevangenneming. In het bijzonder Petrus, Jakobus en Johannes. Zij gehoorzamen en volgen Hem. 't Geloof, door de liefde werkende, is bereidwillig om het liefdebevel van Jezus op te volgen.
Jezus voorzegt hun welke diepe weg zij nu moeten bewandelen, doch schenkt hun ook hierin een sterke vertroosting. Hij spreekt: 'Laat ons'. Wij! Een onverbrekelijke band. Ons! Door verkiezing, door verbond, door geloofsgemeenschap. Hij met hen verbonden tot in de afgrond des doods. Opdat wij met Hem lijden, opdat wij met Hem sterven. Maar hun straf, hun vervloeking en hun dood is de Zijne. Hij heeft ons aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen. Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt. Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Hun Borg en Middelaar Jezus zal alles betalen, Hij zal de prijs volkomen opbrengen.
Neen discipelen, u behoeft niets meer aan te brengen tot voldoening. Het is volbracht. Maar gewillig volgen. 'Van hier gaan'. De paaszaal verlaten en naar de lijdenshof. Dierbare plaatsen en zoete legeringen verlaten om te volgen naar plaatsen van strijd, beproevingen en louteringen.
Doch Hij gaat u voor, volk. Hij gaat hier voor naar Gethsémané, maar straks gaat Hij voor naar Galilea en daar zult gij Hem zien. Het is geen begerenswaardig werk voor het vlees, volk des Heeren, maar toch is het zo profijtelijk, legerplaatsen te verlaten om Christus te volgen in de ware geloofsgehoorzaamheid, vertrouwende op de Herder, Die weet wat noodzakelijk is voor de schapen.
Paulus had door genade de profijtelijkheid van dat volgen beoefend, als hij schrijft in Hebr. 12:1b en 2: 'En laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan die ons is voorgesteld; ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen en schande veracht en is gezeten aan de rechterhand des troons van God'.
wijlen Ds. H. Ligtenberg