Voorwaar zeg Ik u: Indien gij u niet verandert, en wordt gelijk de Kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan.

Matthéüs 18 : 3

Worden als een kind

Wat een beschamende les voor de discipelen! Ze waren aan het twisten wie de meeste was in het Koninkrijk der hemelen. Het stond voor hen vast, dat zij daar een plaats zouden hebben. Maar welke plaats? Maar nu stelde Christus een klein kind in het midden van hen. Hij maakte hen duidelijk, dat het helemaal niet vanzelf sprak dat zij een plaats zouden hebben in Gods Koninkrijk. Als u zich niet verandert en wordt als zo’n klein kind, dan blijft u buiten dat Koninkrijk. Zich veranderen, dat is zich bekeren. Bekering is Gods werk. Gelukkig! Maar als de Heere een mens bekeert, dan gaat die mens zich ook bekeren. Dan gaat die mens strijden tegen de zonde, verlangen om voor de Heere te leven. Bekering is de weg om het Koninkrijk der hemelen binnen te gaan. En wat is bekering? Worden als een kind.

Wat een les voor die hoogmoedige discipelen. Het waren kinderen van God, ongetwijfeld, maar wat kunnen Gods kinderen ver van hun plaats zijn. Wat hebben kinderen van God steeds weer bekering nodig, een dagelijkse bekering. Worden als een kind. Dat wil zeggen nederig worden. “Zo wie zichzelf zal vernederen, gelijk dit kindeke, deze is de meeste in het Koninkrijk der hemelen.” (vers 4). Waarin komt bekering allereerst uit? Hierin, dat een mens nederig wordt, ootmoedig wordt. Calvijn heeft het Augustinus nagezegd, toen hij zei dat er drie kenmerken zijn van de waarachtige bekering: het eerste is ootmoed, het tweede is ootmoed, het derde is ootmoed. Datheen zong het: Geen groter goed, Heere, Gij mij geven moogt, dan dat gij mij vernedert en maakt kleene. Wat is ootmoed? Het tegenovergestelde van hoogmoed. Ootmoed is dat een mens klein gemaakt wordt door de Heere en voor de Heere, dat een mens zich schuldig gaat kennen voor God. Dan wordt de Heere zo groot en ik zo klein. Dan komt het tot een hartelijk belijden van de zonde en een smeken om genade. Dan kun je niet meer boven aan ander gaan staan. Ootmoed is een wezenseigenschap van de bekering.

Worden als een kind, dat wil ook zeggen, dat u op Christus gaat lijken, op het Kind. Als er een kind geboren wordt dan wordt er vaak gevraagd: op wie lijkt het? Op wie lijkt u? Lijkt u op Christus? Gods kinderen gaan het beeld van Christus vertonen. Christus, Die de Meeste is, wilde de Minste worden, toen Hij de voeten van de discipelen ging wassen. Wanneer we op Christus gaan lijken, dan kunnen we onder de ander gaan staan, dan achten we de ander uitnemender dan onszelf. Was dat er maar meer bij Gods kinderen, was dat er maar meer in de kerk.

Worden als een kind. Wat kan een klein kind begerig zijn naar iets goeds, naar iets moois. Daar is het een en al oog voor, daar wordt het helemaal door in beslag genomen, daar steekt het beide handjes naar uit. Zo is het met dat kinderlijke geloof, dat de Heere in het hart werkt. Dat ziet zoveel waarde in de dienst des Heeren, dat het zegt: Geef dat ook mijn oog, dat goede aanschouw’. Dat ziet zoveel waarde in de Heere, dat het zegt: Wie heb ik nevens U omhoog, wat zou mijn hart, wat zou mijn oog, op aarde nevens U toch lusten. Dat kinderlijke geloof zegt met Ruth: Uw volk is mijn volk, Uw God is mijn God. Het leert zoveel waarde zien in de Christus Gods, dat het zegt: Geef mij Jezus of ik sterf, want buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf. Dat kinderlijke geloof vindt geen rust buiten Christus.

Zo’n klein kind, want daar gaat het hier over, heeft de ouders lief. Het vertrouwt op vader en moeder. Zo leert het kinderlijke geloof zich onvoorwaardelijk aan de Heere toevertrouwen. Het weet van die hartelijke wederliefde, die doet zeggen: Ik zal U hartelijk liefhebben. Maar daardoor wordt de zonde ook zo bitter, want daardoor heb ik gezondigd tegen een God, Die mij nooit kwaad heeft gedaan, Die al mijn liefde zo waardig is. Een klein kind is ook aanhankelijk. Zo kleeft het kinderlijk vertrouwen de Heere aan. Het zegt: Ik laat u niet gaan, tenzij Gij mij zegent. Het klemt zich aan de Heere vast, zoals de Kananese vrouw deed. Het kan de Heere niet loslaten.

Een klein kind is ook weetgierig. Het vraagt onophoudelijk: waarom doet u dit, wat betekent dat, en ga zo maar door. Het houdt niet op met vragen. Zo hebben Gods kinderen altijd weer onderwijs van boven nodig. Ze leren het: ik ben zo blind, zo dwaas, maar geeft U mij licht van boven. Ze kunnen niet zonder dat hemelse onderwijs en ze vragen: Wat wilt Gij, dat ik doen zal? Hoe verder ze komen op de weg van het geestelijke leven, hoe meer behoefte ze krijgen aan onderwijs van de hemel.

Zo zullen we het Koninkrijk der hemelen binnengaan. Als een klein kind. Bekering is altijd weer worden als een kind. Niet een keer, maar steeds weer opnieuw. Dat komt niet bij onszelf vandaan, want dan zijn we vanuit het paradijs zulke hoogmoedige mensen, evenals de discipelen dat waren. Nee, dat kinderlijke leven is vrucht van het Kind, van Christus Jezus. Hoe kinderlijk ging Hij met Zijn Vader om. Hoe duidelijk heeft Hij voorgeleefd wat nederigheid is. Als Gods Geest ons door het geloof verbindt met het Kind, met Christus, dan worden we als een kind. Zo zullen we het Koninkrijk der hemelen binnengaan. Hier al door bekering en wedergeboorte. Straks als de poorten van het nieuwe Jeruzalem open zullen gaan. Zult u er ook bij zijn? Wat een wonder dat de Geest van Christus van hoogmoedige mensen ootmoedige mensen kan maken. Hij maakt ons van groot klein. Hij weet raad ook met u. Laat het uw dagelijks gebed zijn: Heere, maak mij en houd mij als een kind.

Ds. J.J. van Eckeveld