Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE.

Genesis 49 : 18

Een gelovige verwachting

 

Het is een goede zaak in het kerkelijk leven bijzondere aandacht te schenken aan het grote heilsfeit van de menswording van Christus. Ook nu worden wij weer opgewekt door de adventprediking om ons voor te bereiden op Zijn komst. Gods kinderen zien niet meer uit naar Zijn komst in het vlees, maar zij zien uit naar Zijn komst in hun hart. We willen met elkaar letten op een heilsverwachter onder de oudtestamentische bediening, namelijk Jakob. Hij ligt op zijn sterfbed. U zegt misschien: Is het niet wat tegenstrijdig om in de adventtijd te vertoeven op een plaats waar de dood heerst? Het antwoord op deze vraag vinden we duidelijk in de woorden van Jakob: 'Op Uw zaligheid wacht Ik, HEERE.'

Jakob is aan het einde van zijn leven gekomen. Nog een ogenblik, en de reis door dit aardse tranendal zal ten einde zijn. Hij mag dan 147 jaar oud geworden zijn, toch is het niet meer dan een damp die voor een ogenblik gezien wordt en daarna verdwijnt. Maar hoewel zijn oog zwak geworden is, is zijn geest nog bijzonder helder. Zijn zonen staan rondom zijn sterfbed. Op het verzoek van hun stervende vader treden eerst Ruben, Simeon en Levi naar voren.

Daarna volgt Juda en dan is het alsof er een licht opgaat in de ziel van deze oude patriarch. 'Juda!', zo klinkt het, 'gij zijt het, (...) de scepter zal van Juda niet wijken (...) totdat Silo komt.'

Hierna volgen Zebulon en Issaschar, en wanneer zij de zegen van hun vader ontvangen hebben, volgt Dan. Tot hem zegt de oude Jakob dat hij een slang zal zijn aan de weg. Jakob ziet in deze zoon de macht van de boze, die de muren van Gods Kerk zal proberen te slechten. Een ontzettend iets! En wanneer Gad dan ook naar voren wil komen, is het alsof we Jakob horen zeggen: 'Wacht een ogenblik.' De macht, de gevaren die Gods Kerk bedreigen, noodzaken hem zijn heil te zoeken bij Hem, van Wie hij zo-even gesproken heeft tegen Juda, namelijk de Silo, de Rustaanbrenger. Vandaar dit zijn woord: 'Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE!'

Wat een zalige adventverwachting, wat een zalige adventboodschap beluisteren we hier in de zwanenzang van deze stervende vader. Wanneer Jakob op zichzelf ziet, op zijn bedrieglijk bestaan, dan is het een verloren zaak. Maar ziende door het geloof op Hem, Die voor de overtreders gebeden heeft, roept hij uit: 'Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE!'

Op het sterfbed van deze oude patriarch valt alles weg wat van hem is. Zijn verdiende loon zou rampzalig zijn in plaats van zalig, maar zie, daar opent zich de zaligheid in Hem van Wie de Heere eenmaal sprak: 'Ik heb hulp besteld bij een Held.'

Wie zal ooit in staat zijn om het wonder van dat heil onder woorden te brengen?! De van God vervreemde mens is al zesduizend jaar bezig om de zaligheid te zoeken waar deze niet te vinden is. Hoe komt hierin de vrucht van het slangenzaad openbaar.

Jakob mag echter als een oudtestamentische adventverwachter zijn vertrouwen stellen en zijn zaligheid vinden in Hem, Wiens Naam is Jezus. De beginselen van de eeuwige zaligheid vervullen reeds zijn hart. De groeve der vertering waarin Jakob neergelaten zal worden, zal voor hem slechts de deur zijn die leidt naar de eeuwige, volkomen zaligheid!

'Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE!' Het is niet om het even hoe wij de herdenking van het grote kerstgebeuren tegemoet gaan. Het woord wachten dat hier gebruikt wordt, wil zeggen verwachten. Dit ware verwachten openbaart zich niet in een dode lijdelijkheid. Het uit zich in een gedurig werkzaam zijn aan Gods genadetroon. Het is een biddend, een pleitend wachten op de beloften Gods. Staande op de wachttoren van het geloof, blijft dat volk uitzien naar de komst van de Silo in het hart.

Het duurt niet lang en dan legt Jakob zijn voeten samen op het bed en geeft de geest. Dan is het niet meer 'op Uw zaligheid wacht ik, HEERE', maar dan is het: 'Zalig zijn de doden, die in de Heere sterven...'

Geliefden, waar is uw wachten en verwachten op gericht? Leeft in ons een heilig verlangen om kerstfeest te vieren als een schuldverslagen, ten dode opgeschreven zondaar voor wie maar één Naam onder de hemel waarde heeft? Of zullen we druk zijn met allerlei kerstbeslommeringen waarin Jezus gemist wordt? Nee, dat behoeft nog niet te betekenen dat we Kerst vieren zoals de wereld dat doet. Dat kan ook op een zeer godsdienstige en vrome manier, waarin toch de diepste betekenis van Kerst gemist wordt.

De Heere geve dat we acht zouden mogen slaan op de zaligheid waarvan Jakob sprak, opdat ook voor ons eenmaal waar mag worden:


Zo laat Gij, Heer', Uw knecht,
naar 't woord, hem toegezegd,
thans henengaan in vrede;
nu hij Uw zaligheid,
zo lang door hem verbeid,
gezien heeft, op zijn bede.
(Lofz. van Simeon: 1)

ds. J. Mijnders