Deze zal groot zijn.      

Lukas 1 : 32a

De engel Gabriël wordt door de Heere gezonden naar een stad in Galilea genaamd Nazareth. Wat werkt de Heere toch anders dan wij zouden werken! Wij hadden die Borg en Middelaar, de Heere Jezus Christus, geboren laten worden in een paleis in Jeruzalem. Dat doet de Heere niet. Waarom wordt de Koning der koningen en de Heere der heren geboren in een beestenstal en gelegd in een kribbe? Omdat er straks bij die kribbe plaats zal zijn voor herders, mensen bij niemand in tel. Zo veracht waren ze, dat ze nog niet eens als getuige op mochten treden bij de rechtbank.

Maria krijgt bezoek van de hemel. Hebt u dat ook wel eens gehad, een bezoek van de hemel? Nee, ik bedoel niet: heeft er wel eens een engel bij u gestaan, zoals bij Maria? Zo werkt de Heere nu niet meer. Maar hebt u wel eens een bezoek van de Heere gehad? Daar had Maria in dat verachte Nazareth ook niet op gerekend. Daar rekenen Gods kinderen ook niet meer op. De Heere komt altijd onverwacht en ongedacht. En wat Hij zegt is zo wonderlijk. Hier bij Maria ook! Ze is er helemaal door overweldigd. Ze heeft genade bij God gevonden, dat is groot. Van nature is dat zo anders, dan is de Heere tegen ons. Dan leven we onder Gods toorn, onder Gods vloek. Maar door genade, verheerlijkt in een zondaarshart, wordt dat toch anders. Dan gaan verloren zonen en dochteren van Adam weer naar de Heere vragen en zoeken, als vrucht van de liefde Gods, die in hun harten is uitgestort.

Hebt u dat wel eens beleefd, God kwijt te zijn, dat is alles kwijt? En dat door eigen schuld. Dan heeft Adam het niet meer gedaan, dan hebt u, dan heb ik het gedaan. En nu zou er nooit meer een mogelijkheid zijn om met God verzoend te worden van onze kant. Die weg van de aarde naar de hemel is afgesneden. Maar nu gaat God de Vader Zelf een weg openen waar geen weg meer is. Hoe heet die weg? Die weg heet Jezus. Wat doet Jezus? Zijn volk brengen van het grootste kwaad tot het hoogste goed. Die Jezus moeten we wel leren kennen. Zonder die zaligmakende kennis van Hem, kunnen we nooit echt Kerstfeest vieren. Van Hem zegt Gabriël: "Deze zal groot zijn". Toen heeft Maria dat woord niet begrepen. Wij zijn geneigd om dan aan aardse grootheid te denken. Maar het ging met Jezus niet naar de kroon, maar naar het kruis. Toch is dat woord van de engel in Christus leven op aarde zo heerlijk vervuld. Wanneer is Hij groot geweest? Toen Hij als een jongen aan Jozef en Zijn moeder onderdanig was, toen Hij Zijn hoofd gebogen heeft onder hun woorden en vermaningen, ook als zij Hem niet begrepen. Hij is zo groot geweest, toen Hij Zijn armen heeft uitgebreid en geroepen heeft: "Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven, leert van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart". Wanneer is Hij groot geweest? Toen Hij daar kroop in de hof der olijven en Zijn zweet werd als grote druppelen bloed, die op de aarde afliepen.

Zijn er nu onder de lezers, die wel eens uitzien naar Zijn komst in het hart? Wanneer de Heere in het hart komt, maakt Hij eerst plaats voor Zichzelf. Door de zonde is ons hart immers geworden een woonplaats der duivelen. Dan leren we eerst onze armoe, onze dodelijke rampzaligheid kennen. Hebt u wel eens gesmeekt en gebedeld: "Heere, zo kan ik niet sterven en zo kan ik niet leven. Geef me Jezus of ik sterf, want buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf". Zo wordt Jezus schoon en dierbaar voor onze ziel. Dan worden we  uitziende en verlangende mensen naar Zijn komst in ons hart. Ik hoop dat het bij ons allemaal leven mag: “Heere mocht ik dit jaar, dat weer haast voorbij is, toch niet uitgaan zonder dat Kindeke te hebben gezien. Zoveel keer al heb ik Kerstfeest gevierd en prachtige Kerstliederen gezonden, maar nooit zag ik dat Kind.” Wat zijn we ongelukkig wanneer we Hem missen. Vraag veel “Uw wegen wil mij toch leren, dat ik recht ga ’t Uwer eren.” De genadetijd is voor ons allemaal weer korter geworden, we zijn dichter bij de dood gekomen. Haast u om uws levens wil.

Ds. A.J. Gunst