Sion zal door recht verlost worden.
Jesaja 1 : 27a
Hervorming
Op 31 oktober hopen we weer stil te staan bij het wonder van de Kerkhervorming. Op die dag werden door een eenvoudige monnik 95 stellingen aangebracht op de deur van de slotkapel te Wittenberg. Maarten Luther heeft er toen geen erg in gehad welk een wereldwijde betekenis deze daad zou hebben. Hij deed het uit liefde tot Christus en het Woord en de Heilige Geest wilde deze daad gebruiken om het heldere licht van het Woord weer op de kansel, de katheder en in de huizen te brengen. Tegenover de leer van de verdienstelijkheid van de goede werken mocht weer gepredikt worden de rechtvaardiging van de goddeloze om niet. Wat een wonder! Er hoeft niets van de mens bij en het kan en mag ook niet. We lezen het in onze tekst.
Jesaja 1 bepaalt ons bij het diepe verval en de afval van Juda en Jeruzalem. De profeet beschuldigt het volk in ‘s Heeren Naam van snode ondankbaarheid (vs.2) en gebrek aan liefde (vs.3), van gruwelijke zonden van de afgodendienst (vs 4). De toestand is eigenlijk hopeloos. Het volk is melaats. En deze ziekte is immers ongeneeslijk. Ja, zelfs van hun godsdienstige verrichtingen getuigt de Heere: ‘Brengt Mij niet meer vergeefs offer; de nieuwe maanden en sabbatten en het bijeenroepen van vergaderingen vermag Ik niet, het is ongerechtigheid, zelfs de verbodsdagen’. Hij moet dan ook het oordeel aankondigen. God zal Zijn volk bezoeken. Dat is verdiend, rechtvaardig verdiend.
Verlost, niet verdoemd
Maar wat een onbegrijpelijk woord staat er dan in deze tekst: ‘Sion zal verlost worden’. Wie had dat verwacht? Hier had toch moeten staan: Sion zal verdoemd worden, vanwege haar zonden en ongerechtigheden, de overtreding van Gods Geboden en de verwerping van alle liefdesaanzoeken des Heeren. Sion heeft haar plaats op aarde verzondigd. Ze heeft zich de vloek en het oordeel Gods waardig gemaakt. Als God dit volk voor eeuwig verstoot, zal niemand Hem van onrecht kunnen betichten.Welk een ongelooflijke boodschap dat zo’n volk dan genade ontvangt! Een volk dat trouweloos Gods Verbond heeft vertreden en Zijn Naam door het slijk gesleurd, zal verlost worden.
En dan wijst het woord ‘verlossen’ hier niet alleen op verlossing van schuld en vloek,maar duidt het ook op innerlijke omkering, bekering. De Heere laat Zijn knecht Jesaja prediken dat Hij Zijn volk innerlijk anders maken zal, ja vernieuwen. God gaat Zijn volk bekeren. Eeuwig wonder van genade: God zal doen wat de zondaar in der eeuwigheid niet meer doen wil en kan. O zeker, God vraagt bekering. Hij heeft recht op bekering. Hij róept ons toe: ‘Bekeert u, bekeert u, want waarom zoudt gij sterven’. Nooit zullen we ons achter onze onmacht kunnen verschuilen. God heeft de mens alzo geschapen dat hij het kon doen, maar de mens heeft zichzelf en al zijn nakomelingen door het ingeven des duivels en door moedwillige ongehoorzaamheid van deze gaven beroofd. De mens staat ten volle verantwoordelijk voor zijn daden.
Schuldige onwil en onmacht
Maar, en dit predikt de diepte van onze verlorenheid, we aanvaarden deze boodschap niet. We gaan aan Gods nodiging voorbij. We laten God staan. Nooit zal de mens uit zichzelf tot God wederkeren. Maar lees nu eens onze tekst. De Heere laat aan een schuldig volk prediken: Sion zal verlost worden. Daar zal Hij voor zorgen. Hij zorgt voor bekering, voor innerlijke omkeer en inkeer. Wie zal een mens van zijn schuld en verlorenheid kunnen overtuigen?
Geen schepsel, zelfs geen engel is daartoe in staat. Maar wat onmogelijk is bij mensen is mogelijk bij God. Hij staat op. God zal het doen. Verstaat u dit Evangeliewoord? Kennen wij iets van dat hartelijke, oprechte leedwezen dat wij God door zonden vertoornd hebben? Heeft onze onwil en onmacht ons al wenend voor Gods Aangezicht doen uitroepen: ‘Wee mij dat ik zo gezondigd heb?’ Zijn we zelf al de schuldigen geworden? Hebben we ons zelf al leren zien als gans melaats en onrein? Als de Heilige Geest in ons zaligmakend gaat werken, worden we wáár en oprecht voor de Heere. Dan wordt de naam zondaar, overtreder, doelmisser onze naam!
Dan begeren we ons te bekeren en tot God weder te keren, maar komen er achter dat we daartoe door eigen schuld niet meer in staat zijn. Dat doet roepen: ‘Hoe kom ik ooit met God verzoend? Hoe wordt mijn ziel gered?’ Hoe kan het weer in orde komen tussen God en zo’n overtreder? Kent u die levensvragen?
Sola Gratia
Wat een boodschap als God in het Evangelie bekendmaakt dat Hij bekeren wil en kan. Die boodschap wordt vooral zo waardevol voor hen die leren het zelf niet meer te kunnen. Met Jeremia wordt dan gevraagd: ‘Heere, bekeer Gij mij, dan zal ik bekeerd zijn.’ God verlost, brengt terug, bekeert. Maar hoe doet Hij dat?
We lezen het in onze tekst: ‘Sion zal door RECHT verlost worden’, d.w.z. langs de weg van het gericht. God zal het volk in Babel brengen en zal daar hun liefde tot het dienen van de afgoden doden. Daar zal Hij het tot waarachtige boetedoening en belijdenis van schuld brengen. Maar de wederkeer tot de Heere op zich zal de grond van de verlossing niet kunnen zijn. Dat leert de Heilige Geest de zondaar. Al zijn zelfverlossingspogingen lopen vast op het recht en de heiligheid van God. Zijn boetedoening, bidden en wenen voor Gods Aangezicht kunnen de schuld niet wegnemen. De Heere zegt: ‘Ik zal de schuldige geenszins onschuldig houden.’
Kent u dat onderwijs des Geestes? Maar de Geest leert meer. Hij brengt ook op de plaats waar de mens buigt en niet wil dat aan het recht Gods tekort wordt gedaan. Gods doen is rein en Zijn vonnis is rechtvaardig. Maar wie zal dan ook het wonder onder woorden kunnen brengen als het geloof mag zien dat aan het Goddelijke Recht volkomen genoeg gedaan is. Op Golgotha wordt geleerd hoe God gericht geoefend heeft over de zonde. Welk een verwondering en aanbidding als dit geheim wordt geopenbaard. Zo lief heeft de Drieënige God Sion gehad, dat de Vader Zijn eigen Kind overgaf en Christus Zichzelf gaf tot in de dood, ja de vloek van het kruis. Zo handhaaft God Zijn Recht en kan Hij toch de goddeloze genade bewijzen. Sion wordt in een rechte weg verlost, langs de weg van recht. Welk een aanbiddelijke, maar ook Godverheerlijkende weg. Van de zijde van de zondaar is alle roem uitgesloten, maar is het ‘alleen door U om het eeuwig Welbehagen’. Het is het Evangelie van de zalige ruil.
O jonge mensen en ouderen, al het onze kan de schuld niet betalen en de vloek niet wegnemen. Maar Hij stierf, opdat zondaren, liggend onder oordeel en vloek verlost konden worden. In dat opzicht behoeft niemand te wanhopen. Bij Hem is veel verlossing. De grootte van de zondenlast staat deze Zaligmaker niet in de weg. Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol”. Maar... die verlossing is alleen mogelijk langs de weg van het gericht. Zoek het daarom niet bij uzelf, maar bij Hem Die getuigt: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Vanwege Zijn Werk mag de dichter zingen:
‘Zo Gij, HEERE, de ongerechtigheden gadeslaat: Heere, wie zal bestaan? Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt. Israël hope op de HEERE; want bij de HEERE is goedertierenheid en bij Hem is veel verlossing. En Hij zal Israël verlossen van al zijn ongerechtigheden’ (Psalm 130 : 7 en 8).
Ds. B. van der Heiden