Strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen.

Lukas 13 : 24

Wat kunnen kerkmensen toch nieuwsgierige vragen stellen. Of is dat echt meeleven of echte bewogenheid met de ander? Iemand vraagt de Heere Jezus: "zijn er weinigen die zalig worden"? Wanneer wij letten op al die miljoenen en miljoenen mensen die de wereld bevolkten en nog bevolken, komen er dan geen vragen bij ons op?
En als wij zien op de toch nog vele kerkgangers, ondanks de kerkverlating, komen er dan geen vragen? Wanneer we anderzijds zien op het geringe aantal Avondmaal­gangers en bovendien nog bezorgd zijn of allen wel een goddelijk recht hebben, wat denken wij dan? En wanneer wij letten op onze jongere generatie, die helemaal opgaat in de media - cultuur, in de wereld van computer - spellen en de "mobieltjes - klets - cultuur", en anderzijds de ontstellende onkunde van de Bijbel, de leer van de kerk en de ware geestelijke bevinding van bekering en geloof, zakt dan de moed niet in de schoenen?
Begrijpt u, en jonge vrienden, dan de vraag "zijn er weinigen die zalig worden?" En wat antwoordt de Heere Jezus dan? Gaat Hij spreken over de leer van de uitverkiezing of over de schare die niemand zal kunnen tellen? Neen!
De Heere zegt: Strijdt om in te gaan door de enge poort; het beeld is duidelijk. Oosterse huizen hadden kleine toegangspoorten tot de woning om de warmte buiten te houden.
Binnen is er voldoende ruimte! Bukken om binnen te komen. Begrepen? En de Heere antwoordt in het meervoud. Alle hoorders worden aangespoord! Calvijn zegt hier: "Christus richt zich hier tot allen en zegt: alleen ingaan door grote en zwaarwichtige moeilijkheden". Dat is de strijd. Moeilijkheden, welke dan? De wereld, de duivel en ons eigen bestaan, dat zich aan de wet van God niet onderwerpt.
Wij moeten het werk van de wedergeboorte door de bekering tot God en het ware geloof in Jezus Christus beoefenen. Strijd dus voor de énkeling. Strijd dus voor allen. Sterven om te leven, in geestelijk opzicht. De zonde ons de dood, en Christus aanhangen. Verloren gaan om behouden te worden. Arm worden om rijk te zijn in God.
Alles verliezen om Jezus te gewinnen.
Aan Gods zijde vallen om door Hem aan Zijn hart gedrukt te worden in de Heere Jezus Christus door het lieflijk werk van de Heilige Geest.
De verliezers winnen. Die er buiten staan komen binnen. Die sterven zullen leven. "Ik ben door de wet aan de wet gestorven, opdat ik Gode leven zou”.
Christus is de Deur. Een smalle, kleine (enge) poort maar nochtans ruim genoeg voor de grootste der zondaren. De zondaar die niet waardig is om binnen gelaten te worden, maar nochtans welkom is.
Mag ik tot slot nogmaals Calvijn citeren. "Het vlees vleit zich gaarne, daarom beloven velen zich een gemakkelijke ingang en veroorloven zich desniettemin alles!"
Anderen misleiden elkaar, zodat zij op een valse gerustheid insluimeren. Om de Zijnen aan de vleselijke gerustheid te ontrukken verklaart Hij dat dezulken, al waanden zij zichzelf van de eeuwige erfenis reeds zeker, buiten gesloten zullen worden.

Ds. M.J. van Gelder