Want de aarde, die de regen, menigmaal op haar komende, indrinkt, en bekwaam kruid voortbrengt...

Hebr. 6 : 7

Ieder mens in dit tegenwoordige leven die dit leest is een gelovige of een ongelovige. Hij of zij is een kind van God of een kind van de duivel. Daarom moeten wij niet zorgeloos wezen om te weten te komen tot welke soort wij behoren. Temeer omdat de kleinste groep onder het uiterlijke christendom, gelovigen zijn. Of bekommert het u niet of u bij het kleinste aantal bent of niet? Wilt u dan niet eens vragen: "Ben ik het, Heere?" O, die plicht wordt zo verzuimd. Wilt u weten waar dat vandaan komt? Velen menen dat ze in het geloof zijn en dat zo voor zeker houden dat onderzoek overbodig is. Anderen verzuimen dit nodige onderzoek omdat ze vrezen ontdekt te worden, dat hun de grond zal ontvallen die ze menen te hebben. Hoe het zij, waar zijn ze die er lust toe hebben om zich te onderzoeken?

Geliefden, als ik u nu eens onderzoek, hoe staat het nu met u? Ik zeg nu niet: dat en dat zijn kwade vruchten, doornen en distelen, maar ik vraag u: waar is het bekwame kruid, waar zijn de goede vruchten? Och, wat moesten die, onder zo veel goede middelen, overvloedig zijn! Maar wat staat het er dan bij velen van u ellendig bij! Kom aan, ik zal u enkele vragen stellen. Wat brengt u voor geschikt kruid voort als u alleen in de eenzaamheid bent? Wat draagt u voor geschikte vrucht als u in uw huishouden onder uw kinderen bent? En als u in uw beroep en onder de mensen bent? En wat draagt u voor geschikte vrucht in uw zogenaamde godsdienstig heden, in huis, in de kerk? U zult zeggen: wel, dat is geschikt kruid en dat zijn goede vruchten die ik dan voortbreng. Dan lees ik Gods Woord, dan bid ik en zing psalmen en ga ten Avondmaal. Dat is toch allemaal goed kruid en voor de rest ben ik niemand tot een aanstoot.

Wilde u dat op de markt van het volk des Heeren voor "bekwaam kruid" verkopen? Ik zeg u ronduit: het is ongeschikt kruid. Spreken uw voorgangers niet van wedergeboorte en hartsverandering en een nauwe gemeenschap en omgang met God, van zelf-verloochening en een tere wandel met God? Bent u daarover bekommerd? O neen? Daarom is het uwe geen geschikt kruid. En u verkwist al de middelen van genade die aan u worden besteed. De regen komt menigmaal op u, u drinkt die in, doch het is allemaal tevergeefs. Indien u geen geschikt kruid voortbrengt, dan verkwist u de middelen van de genade die aan u besteed worden. Het is allemaal onkruid dat u voort- brengt en u bent onnut voor God, ja, onnut voor uw leraren, die klagen moeten dat ze tevergeefs arbeiden. U berooft hen van de te verwachten vrucht op hun arbeid en u zult geen zegen van God ontvangen. Ach, zonk dit nog eens op uw hart. Immers, dit kunt u wel voor vast aannemen dat, indien u niet verandert, dit uw oordeel zal verzwaren.

Zie dan eens dat al uw kruid nog ongeschikt kruid is en geesteloos werk. Leg uw hart nog eens voor de Heere open en smeek om geheel ander kruid voort te mogen brengen dan tot nu toe. Breng uzelf veel onder de regen van Gods Woord, niet als sleurgodsdienst, maar zie hoger, naar de regen van Gods Geest om de belofte vervuld te krijgen: "Ik zal water gieten op de dorstigen en stromen op het droge" (Jes. 44:3). Drink die dan met een geestelijke dorst diep in, niet alleen in het oor, maar in het hart. Zijt niet tevreden met wat uiterlijk werk, maar tracht naar geschikt kruid. Dat zou de weg zijn om door God gezegend te worden. De Heere zou op u zien, Hij zou de zegen van de genade over u gebieden. Maar al wat gij doet, laat dat geschikt kruid zijn, nuttig en profijtelijk. Alles doen voor de Heere, met God voor het oog: dan zult u de zegen van God ontvangen.

Ds. A. Hellenbroek