Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar?
Jeremia 8 : 21
O ja, gewis! De heelmeester is Jezus, de balsem is Zijn eigen dierbaar bloed. Hij geneest de gebrokenen van hart, en Hij verbindt hen in hun smarten. Al de bekwaamheid, al de kracht, al de tederheid en innige sympathie, voor dit ambt vereist, worden in de hoogste mate gevonden in Hem. Zo kom dan, o gij die troost behoeft, kom met uw gewonde hart tot Hem. Kom er eenvoudig mee tot Jezus, Een enkele aanraking zijner hand zal de wond genezen. Een fluistering van Zijn stem zal de storm tot bedaren brengen. Een droppel van Zijn bloed zal de schuld wegnemen. Er is thans niets, dat uw ziel kan helpen of redden, dan dat gij door het geloof de toevlucht neemt tot Hem. Voor uw krankheid schiet de bekwaamheid van alle andere medicijnmeesters te kort. Voor alle andere geneesmiddelen is uw wond te diep. Het is een zaak van leven of dood, van de hemel of van de hel. Het is een crisis, een keerpunt in uw bestaan. O hoe ernstig, hoe gewichtig is dit ogenblik! Alle goede en boze geesten zien er op met de grootste belangstelling. Beslis de zaak door u terstond bij Jezus te voegen. Onderwerp u Gode. Alle dingen zijn gereed. Het bloed is geplengd, de gerechtigheid is volbracht, de feestmaaltijd is bereid, God staat gereed u te vergeven, ja Hij komt u, zijn tot Hem wederkerend kind, tegemoet, om u te omhelzen met de verzekering van Zijn volle en vrije vergeving.
Laat de eenvoudigheid van het geneesmiddel u niet terughouden. Velen struikelen hierover. Het is slechts een blik, een oogopslag des geloofs. “Ziet op Mij en wordt behouden” (Jesaja 45:22 naar de Engelse overzetting). Het is slechts een aanraking, zij het ook met een verdorde hand: “Zo velen als hem aanraakten, werden gezond.” Het is slechts geloof te schenken aan de zo ruime verklaring “dat Christus Jezus in de wereld is gekomen om de zondaren zalig te maken.” Gij zijt niet geroepen te geloven, dat Hij gekomen is om zondaren zalig te maken, maar dat Hij gekomen is om u zalig te maken.
Indien gij dan vraagt: “Maar zal Hij mij zalig maken? Hoe weet ik, dat ik Hem welkom zal zijn? Dan luidt ons antwoord: Stel Hem slechts op de proef. Laat het denkbeeld geen post bij u vatten , dat gij te ver zijt gegaan in de zonde, dat gij te snood, te schuldig, te onwaardig zijt om behouden te worden; wees daar niet van overtuigd, voordat gij tot Hem zijt gegaan en het bij Hem beproefd hebt. Gij weet niet, hoe gij Hem wondt, hoe gij Hem onteert, hoe gij de Geest bedroeft door toe te geven aan twijfel, ja door ook maar een schaduw van twijfel te koesteren aan de bereidwilligheid en de macht van Jezus om te behouden, totdat gij gelovig tot Hem zijt gegaan, en Zijn bereidwilligheid en Zijn macht op de proef hebt gesteld.
Laat u door het vrije, het om niet zijn van het geneesmiddel niet terughouden. Ook dit is een struikelblok voor velen. Juist omdat het om niet is blijven zij weg, willen zij er zich niet van bedienen, Maar het is “zonder geld en zonder prijs”. De eenvoudige betekenis hiervan is, dat geen waardigheid van de zijde van de smekeling, geen verdienste in het schepsel, geen tranen, geen overtuiging van zonde, geen geloof de grond is, waarop de genezing geschonken wordt. O neen! Het is alles uit genade – alles een vrije gave, zonder enige waarde of waardigheid in de mens. De krachtige beweegreden, die u naar Christus uitdrijft is juist uw diep zondige toestand. De reden waarom gij tot Hem gaat, is, dat uw hart gebroken is; dat uw geest verslagen is, en dat Hij alleen hem kan opheffen; dat uw consciëntie bezwaard is, en dat Hij alleen het kan verlichten; dat uw ziel verloren is, en dat Hij alleen haar kan zalig maken. Dat is alles wat gij nodig hebt om u aan te bevelen. Het is voor Christus genoeg, dat gij bedekt zijt met schuld; dat gij geen pleitgrond hebt in uzelven; dat gij niets in uw hand kunt medebrengen, maar al het uwe aan de medicijnmeesters ten koste hebt gelegd, en geen baat hebt gevonden; dat gij uw goed hebt doorgebracht, levende overdadiglijk, en nu arm en onvermogend zijt om te betalen; en dat gij u wezenlijk tot Hem getrokken gevoelt; dat gij naar Hem verlangt; dat gij vraagt, en zoekt, en ernstig smeekt om Zijn mededogen en ontferming, dat is genoeg voor Hem. Zijn hart is bewogen, Zijn liefde gaat naar u uit, Zijn hand is naar u uitgestrekt; kom tot Jezus, gij zijt Hem welkom.
Octavius Winslow