Ik zal u geen wezen laten; Ik kom weder tot u.

Johannes 14 : 18

In Johannes 14 spreekt Jezus van de aanstaande scheiding, van Zijn weggaan naar de Vader. Het doel van dat weggaan was, om Zijn kerk vrij te kopen en plaats voor hen te bereiden in de hemel. Alle beletsels daartoe zou Hij wegnemen door Zijn hemelvaart die we onlangs hebben herdacht. Jezus verbindt daartoe de belofte dat Hij een andere Trooster of Aanspreker zenden zou.
In onze tekst zegt Hij: “Ik zal u geen wezen laten, Ik kom weder tot u.” Wezen zijn kinderen die hun ouders hebben ver­loren, die troosteloos en hulpeloos zijn op de wereld. Dezulken weten ook dat het verlies dat zij hebben geleden niet meer terugkomt. Om te ervaren wat dat is, moeten wij het meege­maakt hebben.
Jezus spreekt hier van wezen. In Johan­nes 13 : 33 noemt Hij ze kinderkens. Het verkleinwoord wijst op kleine kinderen, nochtans kinderen vanwege de Vaderlijke betrek­king die Hij op hen heeft. Dus geestelijke kinde­ren. Kinderen zijn ze krachtens geboorte uit God. Dat blijkt uit hun kinderlijke aard, kinderlijke bescherming en afhankelijkheid. Kinderen zijn ze krachtens aanneming om Christus’ wil. Hij heeft ze geroepen, kreeg ze van de Vader in de eeuwigheid, toonde hun de Vader en bewaarde ze in de Naam Zijns Vaders. Van kinderen des toorns worden ze kinderen Gods, uit soeverein welbehagen. Jezus noemt ze kinderkens, vanwege de geringe kennis van zichzelf, ze waren soms zo groot in hun ogen, konden wel met Hem sterven en hadden woorden onder elkander wie de meeste was. Kinderkens, vanwege de geringe kennis van Christus. Ze hadden ergernis aan het kruis van Christus en waren blind voor de weg der zalig­heid.
Met al hun ervaringen waren zij dus klein, niet in zichzelf, maar in de kennis van de genade Gods in Christus. Jezus spreekt van weggaan, dus de kinderen zou­den in hun waarneming wezen worden. Ze had­den geleefd onder de bedekkende gerechtigheid van de Middelaar, maar hun hoop zou vergaan vanwege het Goddelijke recht dat volkomen genoegdoening eiste.
Hun troost, hun hoop, hun leven, hun zaligheid zou van hen weggenomen worden. En toch zouden ze bewaard worden in de kracht Gods tot de zaligheid. Christus stierf wel, maar verwierf juist daardoor het leven. Dit wonder moet echter onderwerpelijk in de ziel worden verklaard.
De bruiloftskinderen zouden vasten als de Bruidegom zou zijn weggenomen. Het zou een omkomen zijn in zichzelf. Een sterven met Hem. Zie Maria Magdalena: “Ze hebben mijn Heere weggenomen”. Dit “mijn Heere” wijst de betrekking aan.
Thomas verkwijnde van heimwee en ongeloof. Het werd een omkomen in zichzelf, opdat ze één plant zouden zijn in de gelijkmaking Zijns doods, om het te worden in de gelijkmaking Zijner opstanding.
Kennen wij iets van die wezen­gestalte? Dat omkomen en sterven? Het is de erva­ring van al Gods kinderen.
Na Christus’ opstanding wisten ze dat ze een ver­zoend Vader hadden in Christus. Dat hun schuld verzoend was.
Tot Maria zeide Jezus: “Ik vaar op tot Mijn Vader en uw Vader. Tot Mijn God en uw God”.
Thomas riep: “Mijn Heere en mijn God”. Hun Liefste en Goël leefde, maar de omgang ver­anderde. “Het is u nut dat Ik wegga”, zeide Hij.
Weggaan om de menselijke natuur de Vader voor te stellen. Doch ze zouden ook ervaren: “Ik kom weder tot u”.
Daarmee wordt niet bedoeld de opstanding uit de doden of Zijn komst ten jong­sten dage, maar Zijn komst door de Heilige Geest.
Toen Hij wegging, bleven zij achter. Blijdschap was er, en toch ook een levend gemis.
Ze hadden wel de wetenschap dat hun schuld verzoend was, maar de verklaring door de Heilige Geest, waardoor de kerk roept: “Abba, Vader”, moest nog komen.
Jezus zegt: “Ik kom weder tot u”.
Dat Hij bij aan­vang of bij voortgang in onze harten woning make door de Heilige Geest. Dat Hij de Geest der genade en der gebeden, de Geest van Pinksteren mocht uitstorten over Zijn kerk.
Hij is een Waarmaker Zijner beloften aan Zijn Sion, dat Hij kocht door Zijn dierbaar bloed. Immers zal een wees bij Hem ontfermd worden. Dat de Geest des Heeren de hof van de kerk met Pinksteren mocht door­waaien.

Wijlen ds. A. Hoogerland