‘… om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen…’
Daniël 9: 24m
De Rijkdom van Christus’ Borgschap
De engel Gabriël heeft Daniël een bijzondere boodschap gebracht. Na 70 weken zal de belofte van de komende Messias vervuld worden. Maar Gabriël spreekt niet over Zijn geboorte, maar zegt dat Hij uitgeroeid zal worden. Hij zal als een misdadiger uitgebannen, verstoten, uitgeworpen worden. Maar o wonder van ontfermende liefde, het zal niet voor Hemzelf zijn. Hier vinden we in één zin de samenvatting van Christus’ Borgschap.
In bovenstaande woorden lezen we de rijkdom, het nut van Zijn Borgschap. Het zijn zaken die Gods kinderen zo nodig krijgen, maar die in eigen kracht niet ontvangen kunnen worden. Ach, ligt het ook zo in uw hart? Velen zeggen in deze tijd Jezus lief te hebben, maar waarin bestaat die liefde? Hebt u een Borg voor uw schuld nodig? Bent u verlegen om deze zaken? We lezen allereerst om de overtreding te sluiten en om de zonden te verzegelen. Het wijst op het bedwingen van de zonde en om de macht van de zonde te breken, maar sluiten wijst ook op opsluiten, voor eeuwig weg doen. Ziet u hier naar uit? Is het uw levensklacht: ‘Och, dat de zonde in mij dood was, omdat ze God verdenkt en de scheiding met Gods gemeenschap teweeg brengt’. Moet u zich maar voordurend aanklagen als zondaar, overtreder, ook in de voortgang van het geestelijk leven?
Hoor, Hij heeft de schuld van al de Zijnen meegenomen in het graf, opgesloten, verzegeld d.i. volgens de kanttekening verdelgen, uitdelgen. Hoe schittert hier Christus’ Borgschap. De Vader heeft Hem verbrijzeld, Hij heeft Zich tot Schuldoffer gesteld, Hij is buiten de legerplaats gevoerd, Hij is uitgeroeid, opdat de Kerk zingen mag: De schuld Uws volks hebt G’ uit Uw boek gedaan. Zalige zaak, niet onder woorden te brengen, als deze dierbare geloofswetenschap in het hart wordt gelegd. Om met Hizkía te mogen zeggen: ‘Gij hebt al mijn zonden achter Uw rug geworpen in een zee van eeuwige vergetelheid’. Om met Paulus te getuigen: ‘Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods. God is het Die rechtvaardig maakt, wie is het die verdoemt’. O Daniël, hoor, nog 70 jaarweken, nog 490 jaar en dan zal Hij komen om de overtreding te sluiten en om de zonden te verzegelen.
Ja, Hij doet meer. We lezen om de ongerechtigheid te verzoenen en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen. De Messias zal uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn, het zal zijn om de ongerechtigheid te verzoenen. Ongerechtigheid is alles wat tegen het heilig recht van God ingaat, schuldig stelt en zo onder het oordeel des doods brengt.
Maar Zijn dood op het kruis van Golgotha brengt de verzoening, de ware vrede, de gemeenschap met God tot stand. Wat een troostboodschap voor het schuldige zondaarshart dat geprobeerd heeft langs de weg van de werken, de verbetering, de reformatie, boetedoening zalig te worden. Die geprobeerd heeft met tranen te betalen, maar dagelijks moet inleven alleen de schuld maar groter te kunnen maken. Die voor God belijden moet dat de boosheid hem altijd aanhangt.
Die met Ps. 130 moet inleven: ‘Zo Gij Heere de ongerechtigheid gadeslaat , Heere wie zal bestaan?’ Ongerechtigheid tekent, kenmerkt mijn leven! Ongerechtigheid, het is te vinden in mijn woorden, werken en gedachten. Ze stellen mij zo schuldig, ze verontreinigen zo mijn hart. Zulke armen van geest, ongetroosten, door onweder voortgedrevenen krijgen het bloed der verzoening zo nodig.
Maar welk een evangelie bevat de boodschap van Christus’ Borgschap. Uit eeuwige liefde tot Zijn Vader en allen die Hij van de Vader al in de stilte van de eeuwigheid ontving en die zich nu hier bij God moeten aanklagen en zich verfoeien vanwege hun ongerechtigheid, heeft Hij Zich tot een Schuldoffer gesteld en Hij roept hen toe dat Hij Zijn bloed op Golgotha heeft uitgestort.
Nee, niet voor Zichzelf. Maar om het met de woorden uit het Avondmaalsformulier te zeggen: Ik voor u daar gij anders de eeuwige dood moet sterven. Hij heeft een eeuwige gerechtigheid aangebracht door de Deugden van Zijn Vader volmaakt te verheerlijken en de Vader is volmaakt tevreden met het werk van Zijn Zoon.
Een eeuwige gerechtigheid die de zondaar niet verliezen kan en waarmee hij voor God kan bestaan. O, hoe tekent Gabriël hier de Zaligmaker in Zijn Borgschap, in Zijn liefde, in Zijn volheid, in Zijn bereidwilligheid om de weg te gaan zoals is afgesproken in de Vrederaad. Een eeuwige gerechtigheid dat is een volkomen gerechtigheid, zodat God geen zonde meer ziet in Zijn Jacob en geen overtreding in Zijn Israël. Hoe onmisbaar toch is deze Messias.
Lezer(es), in de komende weken mogen we weer bepaald worden bij deze lijdende Knecht des Heeren in Wie alles te vinden is en Die alles verworven heeft om voor God te kunnen bestaan. Alleen met Zijn gerechtigheid kunt u in het gericht Gods staande blijven. Is uw oog en hart voor deze Messias, deze Gezalfde, nog gesloten? Gaat u nog aan Hem voorbij?
O smeek dan toch om de Geest der genade en der gebeden, want Hij verheerlijkt Christus en maakt Hem noodzakelijk, gepast en dierbaar. Nog wordt Hij u aangewezen in Zijn bereidwilligheid om zondaren te ontvangen.
Val Hem nog te voet. Zonder deze Christus ligt u verloren en wacht de eeuwige nacht. Nog is er plaats aan Zijn voeten. Uitziend hart, waarom weegt gij geld uit voor wat niet verzadigt?
Hij roept u toe: Deze ontvangt zondaren en eet met hen. Kerk des Heeren, lééft u uit Zijn Borgschap? O, het verkeren op Golgotha, het onderwijs in zijn Borgschap doet de zonde haten en laten, schenkt de verborgen omgang met Hem en doet Hem al meer nodig krijgen in het leven van de heiligmaking.
Zo wordt in het leven vervuld dat Christus niet alleen gegeven is tot rechtvaardigmaking, maar ook tot heiligmaking, ja tot een verkomen verlossing. De overdenking van Christus lijden en dood brengt zalig nut voor het geestelijk leven.
Ds. B. van der Heiden