Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Indien het tarwegraan in de aarde niet valt, en sterft, zo blijft hetzelve alleen ... Die zijn leven liefheeft, zal het verlie­zen...

Joh. 12:24a en 25a

De levenswet van de graankorrel
De Heere Jezus heeft deze gelijkenis uitgesproken op de dinsdag vóór Zijn sterven. Filippus en Andreas hebben Hem gevraagd om enkele Grieken te ontvangen, die Hem persoonlijk willen spreken. Ze hebben met hun heidense afgoden gebroken en vereren nu de God van Israël. Ze bezoeken de synagoge, maar staan buiten het verbond. Ze zijn niet besneden. De Bijbel zegt ons, dat het verzoek van deze hei­denen de Heere Jezus bepaalt bij Zijn komende heerlijkheid. Het uur is aange­broken, dat niet alleen joden, maar mensen uit alle volken naar Zijn heil zullen vragen. Zondaren zullen wereldwijd Zijn Naam grootmaken. Maar de weg tot deze verheerlijking loopt door Zijn dood heen!
De Heere gebruikt een eenvoudig beeld: "Indien het tarwegraan in de aarde niet valt en sterft, zo blijft hetzelve alleen". U kent de gele, harde tarwekorrel wel. Je kunt die tot meel malen, maar je kunt die ook tot zaaizaad bestemmen. Als zo'n korrel op een graanzolder blijft liggen, ontkiemt hij nooit. Die korrel moet worden uitgestrooid over de akker, met aarde worden bedekt en wegsterven. Alleen dan volgt er ontkieming. Alleen dan schiet er een halm op. Alleen dan is er oogst.
Dit beeld past de Heere Jezus op Zichzelf toe. Als Hij de dood niet ingaat, zal Hij alleen blijven. Dan zal Hij niet de Zaligmaker van schuldige zondaren en zonda­ressen kunnen zijn. Dan zal Hij een Herder zonder schapen blijven. Alleen blijven is echter voor Christus onmogelijk. Op grond van het offer, dat Hij zal brengen, heeft de Vader Hem van eeuwigheid Zijn volk gegeven: "Ik heb Uw Naam geopen­baard de mensen, Die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren Uwe, en Gij hebt Mij dezelve gegeven; en zij hebben uw woord bewaard" (Joh. 17:6). Hij kan geen Bruidegom zijn zonder bruid. Dat wordt in deze tekst met een plechtig en herhaald amen, amen bevestigd: "Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u....". De levenswet van de graankorrel geldt op een geheel enige wijze voor Christus: Hij alleen is de Plaatsbekleder.
Toch bevat deze gelijkenis ook onderwijs voor ons persoonlijk leven. Dat blijkt heel duidelijk uit de woorden die de Heere in het volgende vers laat volgen: "Die zijn leven lief heeft, zal hetzelve verliezen....". Wie met zijn hele bestaan blijft vast­houden aan deze zondige wereld, is even alleen als de tarwekorrel, die in de graan­schuur blijft liggen en niet wordt uitgezaaid. Dan blijft u alleen. Dan is er geen ware liefde tot God in ons hart en evenmin tot onze naaste. U blijft met uw zondi­ge begeerten aIIeen:…. zonder God in een vervloekte wereld. Alleen:.... zonder Borg voor je schuld. Alleen:... zonder hoop voor de toekomst. Alleen:... zonder wer­kelijke liefde voor anderen. U blijft alleen in het uur, dat u gaat sterven. U bent alleen in de eeuwige duisternis. Alleen in eeuwige pijn, in eeuwig geween.
Gods kinderen zijn nooit meer alleen! De Heere Jezus heeft hen opgezocht. Hij heeft Zich over hen ontfermd. Dat betekent: ze mogen delen in Zijn genade, gunst en gemeenschap. Dat is een wonder! Ze hebben alles verzondigd. De Heere zag naar hen om door Zijn Woord en Geest. Daarom weten zij zich ook zo nauw ver­bonden met allen die met hen de Heere mogen vrezen. Hebt u de Heere al mogen leren kennen? Dat is een wonder! Dat is alleen vrucht van het sterven van Chris­tus als een tarwekorrel in de aarde. Hij is geen Koning zonder onderdanen! “Indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort" (vers 24b).
Leeft u nog onbekeerd? Dan leeft u nog alleen! Voelt u dat u eigenlijk uw leven niet wilt verliezen? Dat is zo waar. Maar daarom laat de Heere het ook u verkondigen: U kunt zo niet blijven. U moet van boven af geboren worden. Zonder wederge­boorte, zonder geloof kan niemand delen in de gemeenschap van de Heere Jezus en Zijn onderdanen. Die genade is nog bij Hem te verkrijgen. Hij heeft die ver­worven toen Hij Zich op Golgotha overgaf in de dood om in de aarde gelegd te wor­den als een tarwekorrel. Hij wilde sterven. Hij gaf uit enkel liefde tot Zijn Vader en uit enkele liefde tot zondaren de geest.
Hij is opgestaan. Hij deelt Zijn genade nog uit aan ouderen en jongeren, die zich­zelf niet kunnen bekeren. Hij deelt de gave van het geloof nog uit aan mensen, die niet geloven kunnen. Dat is een wonder. Hij Zelf doorbreekt uw onmacht en uw onwil. Zoek de Heere in de weg van het gebed. Zet u met een gebed in uw hart onder het Woord. Hoor Zijn nodigende stem: "De Zoon des mensen is niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar om te behouden" (Lukas 9: 56). Als Hij de koorden van Zijn liefde om uw schouders werpt, begint uw ziel naar Hem uit te gaan met groot verlangen. "Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtig­heid; want zij zullen verzadigd worden" (Matth. 5:6). U strekt u naar Hem uit met uw hele hart. U kunt niet rusten voordat u Hem hebt mogen omhelzen. "Wij gelo­ven, dat ( ... ) de Heilige Geest in onze harten ontsteekt een oprecht geloof, hetwelk Jezus Christus met al Zijn verdiensten omhelst, Hem eigen maakt, en niets anders meer buiten Hem zoekt” (N.G.B. art. 22).

Ds. M. Golverdingen