Christus, de tedere Cedertak (2)

Ezechiël 17 : 22-24

Op den berg der hoogte van Israël zal Ik hem planten; en hij zal takken voortbrengen. Voor de herders was dat kleine afgebroken Cedertakje al zo dierbaar. Maar Hij blijft geen teder Takje. Het Takje wordt een vruchtdragende Boom. De takken aan deze Ceder groeien van het oosten naar het westen en van het noorden naar het zuiden. Bovendien zal de Ceder vrucht dragen. Hier overstijgt het beeld zichzelf. Een cederboom heeft geen eetbare vruchten zoals vruchtbomen. Maar de geestelijke Cederboom geeft geestelijke vruchten. Deze Ceder is zomer en winter groen. Deze Ceder draagt altijd vrucht. Hij brengt voort de vrucht van de gerechtigheid, van de heiligheid, van de vrede enz.
En hij zal tot een heerlijken ceder worden, dat onder hem wonen zal alle gevogelte van allerlei vleugel. De vogels zijn een beeld voor de gelovigen uit allerlei volken. Er is veel onderscheid in die vogels. Vergelijk een mus met een zwaluw. Maar van deze Ceder geldt: Zelfs vindt de mus een huis o Heer’, de zwaluw legt haar jongs’kens neer in ’t kunstig nest bij uw altaren. Daar zien we drieduizend vogels neerstrijken in Zijn takken: Parthers, Méders, Elamieten en die inwoners zijn van Mesopotámië. Daar is een Moorman. Daar komt een Cornelius met de vleugelen des geloofs. En nog steeds vinden vogels een plaats in de Cedertak. Hebben ook wij daarin al een plaatsje gevonden? De Cederboom is nog niet vol. Nog is er plaats. Van deze Ceder geldt: Komt herwaarts tot Mij allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven.
We lezen van de vogelen: in de schaduw Zijner takken zullen zij wonen. Zij zullen er rust vinden en wonen. Zijn takken geven schaduw. Velen zochten in de kerstdagen hun heil bij een dode dennenboom waarvan de naalden uitvallen. Dat heeft niets met kerst te maken. De ware gelovigen hebben een levende Cederboom.

3. De Tak gepredikt
God trekt Zelf een les uit deze gelijkenis: Zo zullen alle bomen des velds weten, dat Ik, de HEERE, den hogen boom vernederd heb, den nederen boom verheven heb. De Cedertak wordt gepredikt als een waarschuwend en als een vertroostend voorbeeld. De bomen des velds zijn de mensen. Wij zijn geplant om vruchten te dragen. We hebben er van nature geen besef van dat we vruchten dienen te dragen. Vruchteloze bomen zullen worden omgehouwen. Johannes heeft gepredikt: De bijl ligt alrede aan de wortel der boom. Alle boom die geen goede vrucht voorbrengt wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. Welke bomen zullen vruchtdragend worden? Nederige bomen. De prediking die van dit raadsel uitgaat is: alle hoge bomen worden vernederd en de nederige bomen worden verhoogd. Een hoge boom was bijvoorbeeld koning Jojachin. Maar die opperste tak kwam terecht op de straten van Babel. Een hoge boom is Nebukadnezar, de koning van Babel. Maar ook deze boom zal vernederd worden. Leest het maar in Daniël 4 hoe die machtige boom door een wachter van de hemel afgehouwen wordt. Nebukadnezar had zich als God verhoogd. De boom werd groot en sterk, en zijn hoogte reikte aan den hemel en hij werd gezien tot aan het einde der ganse aarde; zijn loof was schoon en zijn vruchten vele, en er was spijze aan denzelven voor allen; onder hem vond het gedierte des velds schaduw, en de vogelen des hemels woonden in zijn takken, en alle vlees werd daarvan gevoed. Maar deze hoogmoedige koning zal gras eten als de ossen en van de dauw des hemels natgemaakt worden. Die boodschap komt nog tot alle hoge bomen: uw vernedering is aanstaande. Leer dat uit de kerstgeschiedenis. En aan de andere kant: de nederige boom wordt verheven en de droge boom wordt bloeiende gemaakt. Het is of we hier de lofzang van Maria lezen: Hij heeft een krachtig werk gedaan door Zijn arm, Hij heeft verstrooid de hovaardigen in de gedachte hunner harten. Hij heeft machtigen van de tronen afgetrokken en nederigen heeft Hij verhoogd. Nederige bomen wil God verheffen. Daarvan is de tedere Tak een sprekend voorbeeld. Hij begon als een Rijsje van een afgehouwen tronk. Maar deze tedere Tak wordt tot een Plant van Naam. De weg van de Borg is ook de weg van de Kerk. Gods kinderen worden afgeplukt van de oude stam om te sterven. Maar die stervende tak wordt geplant om te leven en vruchten te dragen. God zegt: Ik, de HEERE, heb het gesproken, en zal het doen. En Hij is geen mens dat Hij liegen zou en geen mensenkind dat het Hem berouwen zou.

Ds. A. Schot