Het boek des geslachts van Jezus Christus.

Matthéüs 1 : 1a


Zowel het Oude Testament als het Nieuwe Testament begint met een geboorte. Maar als we het Oude Testament vergelijken met het Nieuwe dan is het Nieuwe schijnbaar in het nadeel. Want in het begin van het Oude Testament gaat het over de wording van alle dingen, over de majesteitelijke geboorte van hemel en aarde, over het paradijs met in dat paradijs een vorstelijk mensenpaar. En hier in het Nieuwe Testament lezen we van een timmerman uit Nazareth met zijn bruid, over de onbekende streek van Bethlehem, over een kribbe en enkele herders. Wat een groot verschil tussen de juichende schepping in de morgenstond van de wereld, waarop de psalmen van de engelen klinken en een klein dorpje in de velden van Efratha, een deel van de aarde, dat onder de vloek ligt.
Toch is er een wondere samenstemming tussen het Oude en Nieuwe Testament, want in beide gevallen gaat het om een geslachtsboek. Het woord wat gebruikt wordt betekent: de wording van Jezus Christus. Matthéüs gebruikt dit woord opzettelijk om de Joden er van te overtuigen dat Jezus de Messias is. Dat in Hem de Oudtestamentische belofte haar vervulling vindt. Het herinnert aan Genesis 2:4 waar de geboorte van de hemel en de aarde wordt vermeld: Dit zijn de geboorten van de hemel en de aarde, als zij geschapen werden. Ook herinnert het aan Genesis 5:1: Dit is het boek van Adams geslacht. Het Oude Testament begint met de geboorte van de schepping, de wording van alle dingen en het Nieuwe Testament met de geboorte van de Herschepper. Het Oude Testament zingt als eerste psalm het lied van de eerste Adam en het NIeuwe Testament begint met de jubel van de tweede Adam. Het Oude Testament begint met de wording van de wereld, het Nieuwe met de herschepping van de wereld. Zeker, het begin van de herschepping ligt eerder. Dat ligt verankerd in Gods Raad, maar in het begin van het Nieuwe Testament wordt ons het heil verkondigd in de vervulling van de belofte van het gekomen Vrouwenzaad.
Tussen het begin van het Oude Testament en het begin van het Nieuwe Testament ligt de verschrikkelijke zondeval. De mensheid wordt ons daarin getekend als verloren in zonden en schuld. De mensheid die onderworpen is aan de toorn van God, omdat we dat goede begin van God door onze moed- en vrijwillige afval van en ongehoorzaamheid tegen God hebben veranderd in het slechte begin van alle mensen, die geboren worden. Alle mensen die geboren worden zijn in zonden ontvangen en in ongerechtigheid geboren. Dat predikt elk geslachtsregister in de Bijbel ons. Steeds klinkt daarbij ook het refrein: En hij stierf. Uit één bloede heeft God het gehele menselijke geslacht geschapen. Het menselijke geslacht waarin de zonde zich voortplant en door de zonde de dood, die geen enkele generatie overslaat. In die mensheid, die de heerlijkheid Gods derft, is Jezus Christus geworden.
Het begin van Matthéüs 1 lijkt een dorre opsomming van namen, die veel vragen oproept. We gaan daar nu niet op in, maar volstaan met op te merken dat Matthéüs het doel voor ogen houdt: Het overtuigen van de Joden dat Jezus de Messias is. Hij wil dat doen aan de hand van het Oude Testament, het boek van de geschiedenis van Israël. Hij verbloemt daarbij de zwarte plekken in Israëls geschiedenis niet. Er worden vier vrouwen genoemd, die in het algemeen geen lichtplaatsen zijn in die geschiedenis. Ook de wegvoering in de ballingschap wordt niet achterwege gelaten. Zo komt hij tot de afgehouwen tronk van Isaï. Nee, de geschiedenis van Israël is niet de geschiedenis van een edel geslacht.
Is dat de beloofde Koning? Is dat de Zaligmaker van de wereld? Ja, dat is Hij, waarvan de profeten gesproken hebben. Hij kwam om de mensen in alles gelijk te worden, uitgenomen de zonde. Hij wilde Zich één maken met het menselijk geslacht, met een geslacht van zondaren, terwijl Hij kon zeggen: Wie van ulieden overtuigt Mij van zonde? Waarom daalde Hij zo laag af? Omdat tussen het begin van het Oude Testament, de wording van hemel en aarde en de wording van de mens naar Gods beeld, de geschiedenis ligt van onze verwording. Het geslacht waaruit Christus wilde geboren worden, was een geslacht van zondaren, van Godverlaters en albedervers. Daarom kon de engel van Hem getuigen: Gij zult Zijn Naam heten Jezus, want Hij zal zijn volk zalig maken van hun zonden.
Hebt u in dat geslachtsregister al het boek van uw ongerechtigheid gelezen? De donkere vlekken daarin zijn de donkere vlekken van onze schuld en zonde. Want Zijn geslachtsregister vertelt ons dat wij doemwaardige zondaren zijn. Want Hij kwam om zondaren zalig te maken. Wat een wonder! Hij zal als het Lam Gods de zonde der wereld wegdragen. Heeft Hij ook uw zonde weggedragen? Heeft de Heilige Geest u als een walgelijke zondaar in uzelf geleid tot deze Fontein van leven? En is het al een wonder geworden: Het boek des geslachts van Jezus Christus? Het kan voor de grootste van de zondaren.

Ds. W. Silfhout